Geplaatst op Geef een reactie

Warmoes – De Volledige Kweekgids

Warmoes kweekgids omslag

Warmoes (Bet vulgaris var. cicla) of snijbiet is een groente die vaak wel eens een ‘vergeten’ groente wordt genoemd. Dat is heel jammer want warmoes is een lekkere, veelzijdige groente met bovendien een zeer grote opbrengst. Zeker de moeite waard in jouw moestuin dus. In deze kweekgids leg ik helemaal uit hoe je dit broertje van de rode biet zelf kweekt.

Warmoes of snijbiet is een variant van rode biet die gekweekt wordt voor de bladeren en bladstelen. (De kweekgids van rode biet kan je hier lezen). Van de jonge plant kan je de bladeren eten, zijn de planten iets ouder dan kan je de bladstelen of ribben stoven.

Soorten Warmoes

Vers geoogste warmoes of snijbiet in vele verschillende kleuren

Warmoes komt in veel verschillende kleuren voor. Geel, groen, roze, rood, paars,… Wat smaak betreft is er niet veel verschil, maar voor het oog is het wel leuk om een variatie aan verschillende kleuren te zaaien.

Onze Warmoes

Standplaats van Warmoes

Warmoes kan op bijna elke bodem groeien zolang er voldoende zonlicht, water en bemesting aanwezig is.

Zonlicht en Water

Warmoes vraagt veel zonlicht, vooral dan in het voorjaar. Een plekje in de volle zon is dan ook nodig als je in april of mei zaait. In de zomer kan je hem ook in halfschaduw zetten, dat beschermt tegen uitdroging.

Net zoals bij rode biet mag de vochtigheid van de bodem niet te veel schommelen. De beste bodem is er dus een die goed water vasthoudt. Een bodem houdt het water beter vast als hij meer ‘organisch materiaal’ bevat. Dat kan je verbeteren door bijvoorbeeld een groenbemester te zaaien of door het toevoegen van goed verteerde compost.

Bodem en Vruchtwisseling

Warmoes groeit goed op alle types bodem, een pH van 6-7 is ideaal. Extra bemesting voor het zaaien is absoluut aan te raden. Gebruik hiervoor halfverteerde compost. Deze kan nog verder verteren in de bodem en hierbij voedingsstoffen vrijgeven.

Volg je de regels van wisselteelt met 7 percelen dan hoort warmoes op het perceel van de bladgroenten. Net zoals de andere groenten geniet hij namelijk van wat extra bemesting. Let wel goed op, want 2 jaar later staan op dit perceel de wortels en knollen en dus ook de rode biet. Aangezien dit 2 zeer gelijkaardige groenten zijn zet je die best niet op dezelfde plek in het perceel. Zo vermijd je bodemziektes.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Zaaien en Verplanten

Kweek je warmoes voor het jonge blad dan kan je zaaien van maart tot augustus. Wil je graag ook de bladstelen eten dan kan je in maart of begin april onder glas zaaien, daarna tot eind mei in volle grond.

Bijzonder voor de zaden van bieten (en dus ook warmoes) is dat het geen echte zaden zijn, maar zaadkluwens. Dit is een groepje van drie of vier zaden die aan elkaar geklit zijn. Dat wil dus zeggen dat er uit elk kluwen meerdere plantjes kunnen ontkiemen. Je gaat dus sowieso moeten uitdunnen.

Voor de teelt van het jonge blad zaai je de zaadkluwens 3 centimeter uit elkaar op rijtjes 25-30 centimeter van elkaar staan. Wil je graag de ribben eten dan moet je de planten wat meer plaats geven om te groeien. Dat kan door ze op rijtjes te zaaien die wel 40-45 centimeter van elkaar liggen. Hier kan je elke 10 centimeter een kluwen zaaien. Dan moet je later nog wel uitdunnen zodat je één plant elke 30 centimeter overhoudt.

Warmoes zaai je op een diepte van 1 à 2 centimeter.

Warmoes in potten of bakken zaaien

Warmoes is ook een ideale groente om in potten of bakken te kweken. Zorg dan voor 5 liter potgrond per plant. Wil je de ribben kweken dan is een iets grotere pot wel handig. Extra bemesten doorheen het seizoen is hier heel belangrijk.

Teeltzorgen van Warmoes

Eenmaal gezaaid komt er niet veel werk meer kijken bij de warmoesteelt. Het belangrijkste is het uitdunnen en het onkruidvrij houden.

Uitdunnen

Omdat uit elk zaadkluwen van warmoes meerdere kiemen komen moet je sowieso uitdunnen. Wanneer de kiemen een paar centimeter hoog zijn knip je met een fijn schaartje de zwakste kiemen weg en houd je enkel de sterkste over. Probeer de kiemen niet uit te trekken. De wortelstelsels van de jonge plantjes zijn met elkaar verbonden en door het uittrekken kan je ook de sterkste kiem beschadigen.

Kweek je de warmoes voor de bladstelen dan moet je ook nog uitdunnen zodat er tussen de planten nog 30 centimeter is. Dit kan later als de warmoes al wat groter is. De jonge planten die je uitdunt kan je bovendien in een slaatje gebruiken.

Water Geven

Zorg dat de warmoes nooit te droog of te nat komt te staan. Een constante hoeveelheid water is ideaal. Je kan dit verbeteren door te mulchen. Mulchen is het aanleggen van een laag organisch materiaal, zoals hooi, stro, grasmaaisel of bladeren. Deze mulchlaag gaat verdamping van water tegengaan en zo blijft de bodem langer vochtig.

Onkruid Wieden

Vooral in het begin, wanneer de warmoes nog jong is, is het belangrijk om goed het onkruid te wieden. Na een paar weken zijn de plantjes echter groot genoeg om het onkruid zelf te onderdrukken.

Ziektes

Warmoes kan soms last hebben van kiemschimmels. Dat zijn schimmels die zich ontwikkelen bij het kiemen van de zaden. Om dit te vermijden is het belangrijk dat je goed ventileert (zeker als je bijvoorbeeld onder glas zaait). Een bodem die eenmaal besmet is met kiemschimmel gebruik je nooit opnieuw om in te zaaien.

Warmoes oogsten

Eenmaal de warmoes zo’n 15 centimeter hoog is kan je het blad oogsten door het met een scherp mes af te snijden. Snij het blad niet te dicht bij de grond af, want dat beschadigt het hart van de plant. Oogst eerst de buitenste bladeren en mest eventueel nog wat bij. Zo verzeker je meerdere oogsten van dezelfde plant. In het Engels heet snijbiet niet voor niet perpetual spinach. Heb je goed voor de warmoes gezorgd dan kan je blijven oogsten tot de eerste vorst.

Wil je liever de ribben oogsten in plaats van het blad dan laat je de warmoes wat ouder worden en oogst je in één keer. De ribben zijn heel lekker gestoofd in bijvoorbeeld tomaten- of kaassaus.

Zadenteelt

De zadenteelt bij warmoes is net zoals bij rode biet niet vanzelfsprekend. Door hun nauwe verwantschap kruisen ze vrij gemakkelijk met andere warmoes, met rode biet en zelfs met voeder- en suikerbieten in een nabijgelegen veld.

Zaai voor de zadenteelt net zoals je zou zaaien voor de bladstelen, maar dan wat later, in de zomermaanden. Oogst niet van deze planten. Net zoals rode biet is ook warmoes tweejarig, je moet deze planten dus laten overwinteren. Warmoes kan wel tegen een beetje vorst, maar bij heel koude nachten is het geen slecht idee om de planten te beschermen door bijvoorbeeld dik te mulchen met hooi. Bij strenge vorst zal het loof sowieso afsterven, maar dan groeit het wel terug in de winter.

In de zomer zal de warmoes dan doorschieten en bloemen maken. Hierna komt er zaad aan de plant. De zaadstengel kan je best wat ondersteunen. In september het jaar na zaaien zullen de zaden rijp zijn. Snij de zaadstengels af en hang ze op een luchtige plaats te drogen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *