Geplaatst op Geef een reactie

Sluitkool (Rode-, Witte-, Spits- en Savooikolen) – De volledige kweekgids

Sluitkool kweekgids omslagfotot

De sluitkolen (Brassica oleracea capitata) zijn de belangrijkste leden van de familie van de kolen. Omdat sluitkool zo goed bewaarbaar is en vaak de enige ‘verse’ groente waren in de winter waren ze heel belangrijk in de middeleeuwen en later. Sinds de opkomst van de moderne koeltechnologieën zijn ze wat minder belangrijk geworden in ons dieet, maar in menig moestuin kunnen ze zeker nog gevonden worden.

De sluitkolen zijn herkenbaar aan hun grote gestalte. De krop van de kolen word gevormd door bladeren die elkaar omsluiten (de hartbladeren). Enkel de buitenste bladeren (de ombladeren) ontvouwen zich en zorgen voor de fotosynthese.

Soorten Sluitkool

Witte kool op het groentebed

De Wittekool (Brassica oleracea capitata var alba) is de klassieker onder de sluitkolen. De kleur van de ombladeren is doorgaans niet wit maar donker groen. De hartbladeren in de kool zelf hebben vaak wel een bleke groene, tot zelfs witte kleur.

De wittekool kennen we voornamelijk als het hoofdbestanddeel van het gezonde Duitse sauerkraut. Maar ook in het meer moderne coleslaw is het heel lekker.

Rode kool in de moestuin

Rodekool (Brassica oleracea capitata var rubra) is een variant van de wittekool met -hoe raadt u het- een rood blad. De rode kleur wordt gevormd door een natuurlijk pigment genaamd anthocyanine. Ook andere blauwe planten zoals bosbessen en druiven bevatten gelijkaardige anhocyanines.

spitskool, een vorm van sluitkool

Spitskool (Brassica oleracea capitata var conica) is een kleinere variant van de wittekool. Deze kool heeft een spitse vorm. Spitskool is makkelijker te kweken dan wittekool. Hij is kleiner dan wittekool en daardoor ook sneller te oogsten.

In tegenstelling tot wittekool en rodekool is spitskool eerder een zomergroente. Door zijn sappigheid is hij ook lekker rauw in een slaatje.

Spitskool is ook minder lang houdbaar dan rodekool en wittekool.

Savooikool, een soort sluitkool

Savooikool of savooiekool (Brassica oleracea capitata var sabauda) lijkt wat op wittekool, maar heeft een donkere groene kleur (en wordt daarom soms groenekool genoemd) en gekreukelde bladeren in plaats van gladde bladeren zoals de andere sluitkool.

De hartbladeren van savooikool zitten wat losser dan die van de andere sluitkolen. De savooikool is wel veel better bestand tegen de koude dan de andere kolen en kan zelfs nog in januari of februari geoogst worden.

Onze Sluitkolen


Standplaats van Sluitkool

Net zoals veel andere kolen stellen ook sluitkolen best veel eisen aan de bodem. Deze moet voedzaam en waterdoorlaatbaar zijn.

Zonlicht en Water

Kolen houden niet zo van de warmte. Ze in volle zon zetten vinden ze dan in de zomer ook niet zo fijn. De halfschaduw is beter voor sluitkolen. Bij veel zonlicht gaan de kolen wel sneller groeien, maar bewaren ze ook minder lang.

Sluitkool mag nooit met zijn voeten in het water komen te staan. Een goed drainerende grond is dan ook heel belangrijk. Toch moet ze vocht kunnen vasthouden. Om zowel de drainage van de bodem als de capaciteit om vocht vast te houden kan je best een paar dagen voor het verplanten goed verteerde compost toevoegen aan de bodem.

Bodem en Vruchtwisseling

Sluitkool vraagt een voedzame bodem, vooral stikstof en kalium is belangrijk. Ook dit kan je verbeteren door verteerde compost toe te voegen. Dat mag best een flinke laag zijn. Kalium kan je aanvullen door het toevoegen van een specifieke meststof of houtas.

Een andere belangrijke eigenschap is dat de bodem niet te zuur is, eerder neutraal met een pH tussen 6,5 en 7,5 is ideaal. Zure en natte bodems zijn de ideale broedplaatsen voor de verschrikkelijk vervelende ziekte knolvoet. Voeg dus eventueel wat kalk toe aan je bodem.

Wil je graag kolen kweken om de hele winter te bewaren, dan is het belangrijk dat je een zware, kleiïge bodem hebt. Op een kleiïge bodem groeien de kolen iets trager, waardoor ze een vastere structuur hebben. Dit laat toe om de kolen lang te bewaren. Heb je net een zanderige bodem, dan kan je best kiezen voor een vroege of herfstteelt, of enkel spits- of savooikool zaaien.

Hanteer je het systeem van de wisselteelt met de 7 percelen, dan gaat de sluitkool uiteraard op het bed van de kolen. Het volgt hier de peulvruchten. Dat is ideaal want peulvruchten laten veel stikstof achter in de bodem, deze zullen de kolen met alle plezier gebruiken.

Een goede wisselteelt zorgt ervoor dat dezelfde soorten niet te vaak op dezelfde plaats staan in de moestuin. Dit heeft als voordeel dat je bepaalde ziektes, zoals knolvoet, vermijdt. Uiteraard hoef je onderstaand schema niet aan te houden, maar een wachttijd van 6 jaar tussen twee teelten kool is een absolute must.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Sluitkool Zaaien, Verspenen en Verplanten

Afhankelijk van het type sluitkool en het ras kunnen de kolen op verschillende momenten gezaaid worden. Let dus steeds goed op de verpakkingen. Grosso modo kunnen we 3 verschillende teelten onderscheiden.

De vroege teelt of vrijsterteelt zaai je (afhankelijk van het ras) eind januari tot begin februari. Een paar weken later kan je verspenen en in april kan je dan meestal al uitplanten. De eerste oogst volgt in de maand juli, zelfs al juni voor spitskool.

Voor de herfstteelt zaai je (opnieuw afhankelijk van het ras) in maart. Savooikool kan ook nog in april gezaaid worden. 4 tot 6 weken later kan je verplanten naar het kolenbed. De oogst valt uiteraard in de herfst, met de eerste oogst voor spitskool en savooikool in augustus al, rodekool en wittekool volgen in september.

De winterteelt of bewaarteelt begint met het zaaien van je kolen in maart of april. Savooikool kan je ook nog zaaien in mei. Spitskool kent geen winterteelt. Een maand later kan je verplanten. De oogst van de bewaarteelt valt doorgaans in november, waarna we de rodekolen en wittekolen inkuilen of op een andere manier bewaren. Savooikool is iets beter bestand tegen de koude en kan je eventueel gewoon op het kolenbed laten staan. Let op, voor de bewaarteelt is het belangrijk dat je een zware, kleiïge bodem hebt, anders gaan de kolen niet lang bewaren.

Voorzaaien

Sluitkool zaai je altijd voor, je zaait nooit ter plaatse.

Het gemakkelijkste is het voorzaaien in bakjes, kleine potjes of persblokjes. Die vul je met zaai- en stekgrond, gebruik geen potgrond. Zaai- en stekgrond is eerder arm aan voedingsmiddelen. Dat zorgt ervoor dat de jonge plantjes een sterk wortelgestel uitbouwen. Zo lopen ze weinig groeiachterstand op bij het verplanten.

Je kan ook voorzaaien op een zaaibed. Dit is een stuk grond in je serre, koude bak of onder een tunnel. Als je een verplaatsbare tunnel of koude bak hebt kan je deze best op een stuk van het kolenbed zetten. Stel deze tijdig op, zo kan de grond al verwarmen. Voor het voorzaaien werk je een klein beetje compost in de bodem. Op het zaaibed kan je breedwerpig zaaien. Verspreid ongeveer 1 gram zaad per vierkante meter. Verlucht de koude bak of serre regelmatig, zo voorkom je schimmels. Voor de winterteelt hoef je niet meer te zaaien in een koude bak of tunnel, maar mag dit gewoon in open lucht.

Verspenen

Wanneer je sluitkool verplant kunnen ze een groeiachterstand oplopen omdat ze moeten wennen aan hun nieuwe omgeving. Daarom kan je best eerst verspenen. Dat is het verplaatsen van de jonge plantjes naar een grotere pot of persblok gevuld met een goede, voedzame potgrond. Hierin kunnen de kolen hun wortelstel verder ontwikkelen zonder groeiachterstand op te lopen. Verspenen doe je van zodra de kolen 10-12 centimeter hoog zijn.

Verspenen is vooral belangrijk bij de vroege teelt. Bij de herfst- of winterteelt is dit minder belangrijk, maar kan het nog steeds nuttig izjn.

Verplanten

Zo’n tien dagen na het verspenen zijn de wortels van de kolen voldoende ontwikkeld om ze naar het uiteindelijke plantbed te verplanten. Zorg er bij het verplanten voor dat er zoveel mogelijk grond aan de wortels blijft kleven. Zo blijft het tere wortelgestel beschermd.

Zet de plant zeker diep genoeg in de bodem, druk aan en geef nadien ruim water. Hoe ver je de planten uit elkaar zet hangt af van de soort sluitkool en van het ras. Consulteer dus steeds de verpakking. Bij zure bodems wordt er soms ook wat extra kalk aan het plantgat toegevoegd.

Zet na het verplanten een koolkraag rond de kolen of span er een gaas nodig. Zo voorkom je dat de koolvlieg van je kolen gaat snoepen.

Teeltzorgen van Sluitkool

Belangrijk bij kolen is het onkruidvrij houden van het perceel, voldoende water geven en goed opletten voor ziektes en plagen.

Water Geven en Mulchen

Vooral in het begin van de groei is het belangrijk dat sluitkolen nooit droog komen te staan. Geregeld water geven is dus de boodschap. Ook heel belangrijk is dat de kolen nooit té nat komen te staan. Dat leidt namelijk tot vervelende schimmelziekten. Een goede manier om het watergehalte van de bodem constant te houden is door gebruik te maken van mulching. Mulchen is het aanbrengen van een dikke laag organisch materiaal, zoals bladeren, hooi, of grasmaaisel. Dit zorgt ervoor dat water minder snel verdampt van de bodem en de bodem koel blijft.

Onkruid

Een ander voordeel van mulching is dat het onkruid onderdrukt. Kolen hebben alle voedingsstoffen nodig, en onkruid zal deze van jouw sluitkool afnemen. Je kan onkruid verwijderen door te schoffelen en vervolgens een dikke mulchlaag aan te brengen. Zo zal er niet snel terug onkruid groeien. Komt er toch wat onkruid boven de mulchlaag kijken dan kan je dat gemakkelijk uittrekken.

Bemesting

Een paar weken na het verplanten geef je best nog een stikstof en kaliumrijke bemesting (zoals een 10-4-6 NPK bemesting). Dit voorkomt kaliumgebrek.

Ziektes

knolvoet bij bloemkool

Sluitkool heeft dezelfde klassieke ziektes als andere kolen. De ergste daarvan is ongetwijfeld knolvoet. Knolvoet wordt veroorzaakt door een vervelende schimmel. Deze schimmel tast het wortelgestel van de planten aan waardoor de wortels gezwellen krijgen. Dit bemoeilijkt het opnemen van water en voedingsstoffen. Jonge planten die knolvoet krijgen blijven klein en misvormd, zwaar aangetaste planten vallen om en breken af.

De schimmel die knolvoet veroorzaakt produceert zogenaamde spore. Dit zijn de ‘zaadjes’ van het schimmelrijk. Deze sporen kunnen tot wel 10 jaar in de bodem overleven, wachtend op de volgende kool om aan te vallen. Eenmaal je knolvoet hebt wordt het dus heel moeilijk om er vanaf te raken.

Nog meer dan bij andere ziekten geld hier dus “voorkomen is beter dan genezen”. Een goede vruchtwisseling toepassen, met telkens 6 jaar tussen twee teelten kolen is heel belangrijk. Knolvoet gedijt ook beter op natte gronden, dus een goede drainage van je bodem is belangrijk.

Zijn je planten toch aangetast door knolvoet? Haal dan zo snel mogelijk de aangetaste planten weg. Composteer deze niet. Voeg kalk toe aan de bodem om de pH te verhogen tot ongeveer 7,5. Daar houdt deze schimmel namelijk niet zo van. Is je aantasting erg, wacht dan zeker 10 jaar tot je weer kolen plant op hetzelfde perceel. Ook radijs en rammenas horen biologisch gezien tot de kolen, let hier dus mee op!

Kalium is een zeer belangrijk element bij de vorming van bladeren. Bij de sluitkolen, die bijna volledig bestaan uit bladeren is kaliumgebrek dan ook een echt probleem. Kaliumgebrek kan je aanvankelijk herkennen aan bruine bladranden. Deze voelen uitgedroogd aan en krullen om. De plant stopt met groeien en vormt geen mooie kool.

Je kan kaliumgebrek voorkomen door goede vruchtwisseling toe te passen, maar ook belangrijk is een goede, volledige bemesting. Treedt kaliumgebrek op dan kan je een specifieke kaliumbemesting (tuinkali of tuinpotas) geven, of eigen houtas toevoegen aan de bodem.

Plagen

Heel wat insecten houden ook van sluitkool en andere kolen. De belangrijkste boosdoener hierbij is de koolvlieg.

Koolvliegen leggen hun eitjes op de grond nabij een kolenplant. Wanneer de larven uit de eitjes komen kruipen ze de grond in en gaan ze rechtstreeks af op hun doel: het afknagen van de wortels. Door de schade die ze daar aanrichten verkleurt de wortel en zal deze later beginnen rotten. De plant heeft dan letterlijk geen poot meer om op te staan en zal omvallen.

Ook hier geldt: voorkomen is beter dan genezen. Voorkomen dat de koolvlieg haar eitjes kan leggen vlakbij een kool is de gemakkelijkste manier om de koolvlieg te bestrijden. Dat kan vrij eenvoudig met een zogenaamde koolkraag. Een cirkelvormig stuk plastic dat je rond de stengel van de kool aanbrengt en dat de bodem afdekt. Een andere manier, die ook helpt tegen andere insecten, is om het volledige koolbed te bedekken met een gaas.

Rupsen van verschillende vlinders en motten durven ook wel eens te eten van de kolen, en dan met name de rupsen van het koolwitje. De makkelijkste manier om je kolen op een ecologische manier te beschermen is door het bed te bedekken met een gaas. Je kan ook geregeld je kolen inspecteren en zodra je rupsen ziet deze platdrukken.


Sluitkool Oogsten en Bewaren

De timing van het oogsten is niet altijd eenvoudig. Bij de vroege teelt kunnen volgroeide kolen die niet tijdig geoogst worden gaan barsten. De bladeren groeien te snel waardoor de kool open breekt. Om dit te voorkomen kan je met je spade een aantal wortels van een (bijna) volgroeide kool doorsteken. Dat vertraagt de groei en geeft je even de tijd om de kool te oogsten.

Bij de bewaarteelt is het net belangrijk dat de kolen goed doorgroeid zijn voor je ze oogst. Ze moeten zeker geoogst worden voor de nachtvorst intreedt. Kolen die die de vrieskou hebben meegemaakt lijken vanbuiten best ok, maar bewaren niet lang en zullen van binnen uit gaan rotten. Bij het oogsten is het heel belangrijk om de kolen zo voorzichtig mogelijk te behandelen. Beschadigde kolen bewaren minder lang.

Sluitkool bewaren

De eenvoudigste manier om kolen te bewaren is door ze in te kuilen. Inkuilen is een bewaarmethode waarbij je de kolen met wortel terug herplant in een kuil en vervolgens bedekt met stro en plastic. De kolen blijven leven, zij het op een laag pitje, en blijven daardoor lang goed.

Bij het inkuilen oogst je de sluitkool met de wortel er nog aan. De buitenste slechte bladeren kan je verwijderen. Graaf een kuil en bedek de bodem met stro. Plant hierin de kolen weer uit. Zorg ervoor dat geen enkele kool elkaar raakt. Dek de kolen af met stro en bedek deze vervolgens met plastic, zo voorkom je dat er te veel water bij de kolen komt. Goed ingekuild kunnen kolen wel maanden bewaren.

Heb je een zware grond, waar water lang blijft staan dan graaf je geen kuil maar vorm je een bult. Plant de kolen uit, bedek ze met stro en een plastic doek. Langs de kant graaf je een greppel om overtollig water af te voeren.

Je kan ook binnen inkuilen. Hierbij zet je de wortels van kolen in een bak met vochtig zand en bedek je met stro. Ook hier is het belangrijk dat de kolen elkaar niet raken. Zet de bakken op een koele plek zoals de kelder. Kolen die in de kelder zijn ingekuild blijven iets minder lang vers door de hogere temperaturen dan buiten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *