Geplaatst op Geef een reactie

Pepers – De Volledige Kweekgids

Pepers - De Volledige Kweekgids

Pepers (Capsicum annuum en Capsicum chinense) ken je vast als de groente die je gebruikt om je gerechten pikant te maken. Maar ze hebben ook een heel bijzondere geschiedenis. Ze worden al bijna 10.000 jaar gekweekt! Daarmee zijn ze één van de eerste geteelde groenten in Zuid-Amerika. In de 15e eeuw brachten de Portugezen en Spanjaarden het naar onze contreien als alternatief voor de ‘peperdure’ zwarte peper. Tegenwoordig hoeft de chilipeper niet meer van de andere kant van de planeet te komen en kan je hem gewoon hier kweken. Er zijn wel honderden variëteiten, elk met een eigen smaakpalet. Niet alleen van mild tot ‘dodelijk’ pikant, maar ook met een eigen zoetheid en zurigheid. Tijd dus om je eigen pepers te kweken!

Een nauwe verwant van de peper is natuurlijk de paprika. De teelt van paprika en peper telt dan ook veel gelijkenissen. Meer info over de teelt van paprika kan je in deze kweekgids lezen.

Soorten Pepers

Pepers komen in veel verschillende variëteiten voor. Toen de Spanjaarden ze ‘ontdekten’ kenden de inboorlingen al tientallen variëteiten. Ze verschillen in smaken, kleuren, maar vooral in pittigheid. Pepers worden doorgaans in 5 verschillende soorten onderverdeeld.

Rijpe hete rode pepers aan een peperplant

Capsicum annuum

De meeste gekende pepers behoren tot deze soort. Denk aan jalapeño’s, spaanse pepers en de cayennepeper, maar ook de paprika hoort bij deze groep. Er behoren dus zowel zeer milde als meer pikante pepers tot deze groep. De Latijnse naam annuum betekent jaarlijks, maar dat is wat misleidend. Deze planten zijn namelijk doorlevend, zolang ze maar op een warme plek kunnen overwinteren.

Peper habanero rood

Capsicum chinense

Tot deze groep behoren de zeer pikante habanero pepers. De Latijnse naam chinense is ook hier misleidend, want alle pepers komen uit Zuid-Amerika en niet uit China. Volgens sommige wetenschappers behoort de chinense eigenlijk ook tot de annuum soorten, je kan immers hybriden maken tussen de 2 soorten. ‘s Werelds pikantste pepers behoren tot deze soort.

piri piri pepers

Capsicum frutescens

Deze soort zou de voorloper van de chinense zijn. In tegenstelling tot de ronde habanero vruchten krijg je bij de meeste frutescens variëteiten net langwerpige vruchtjes. Deze vruchten zijn vaak klein, maar vaak ook héél pikant. Ze worden vaak gebruikt in de Oosterse keuken. Rawit, piri-piri en de tabasco peper behoren tot de frutescens soort. Ze groeien in een struik, wat hen de ideale peper maakt om in potten te kweken.

Rocoto pepers

Capsicum pubescens

Deze soort, waartoe onder andere de rocoto pepers behoren, zijn besvormig. Ze kunnen in ideale omstandigheden wel 4 meter hoog en 15 jaar oud worden. Ze lijken dus soms bijna bomen!

Gedroogde aji peper

Capsicum baccatum

Ook deze pepers zijn meestal besvormig, met soms een opmerkelijke rand. Ze worden voornamelijk in de Zuid-Amerikaanse keuken gebruikt. Tot deze soort behoren o.a. de Aji pepers.


De Pepers van De Tuindoos

Pikante Pepers: De Scoville Schaal

Om de pikantheid van pepers te meten wordt de zogenaamde Scoville Schaal gebruikt. Deze meet hoeveel van de pikante stof capsaïcine de peper bevat. Sinds de jaren negentig proberen een aantal kwekers in een wedloop de pikantste peper te kweken. Deze zijn vaak zo heet dat je ze uit veiligheidsoverwegingen steeds met handschoenen moet behandelen. Hou je niet zo van pikant dan kan je dat eenvoudig oplossen door de zaadlijsten uit de peper te verwijderen, deze bevatten namelijk de capsaïcine. Bij de superhete pepers werkt dat helaas niet, want daar bevat ook het vruchtvlees deze stof.

PeperScoville Waarde
Paprika0
Jalapeño3.500 – 10.000
Cayenne30.000 – 50.000
Piri piri50.000 – 100.000
Habanero100.000 – 350.000
Carolina Reaper2,2 miljoen

Standplaats

Pepers zijn een tropische plant. Ze hebben dan ook voldoende zonlicht en warmte nodig. Geef ze dus bij voorkeur een plekje in de serre.

Zonlicht en Water

Een peperplant heeft dagtemperaturen nodig van 18 °C tot 25 °C. ‘s Nachts mag het bovendien nooit kouder worden dan 13 °C. In de zomer is dit haalbaar in de open lucht, maar aangezien je pepers al moet zaaien in februari, moeten ze ook in het voorjaar warm genoeg staan. Je moet dus wel kiezen voor een serre. Je hoeft hiervoor natuurlijk geen dure glazen serre aan te kopen. Beginners kunnen best een stevige tijdelijke plastic kas kopen.

Een alternatief is om de pepers in pot op de vensterbank te kweken. Kies dan voor een kleine peperplant zoals een habanero en zet de plant bij een raam dat op het zuiden gericht is. Geregeld bijsnoeien om de plant klein te houden is dan wel belangrijk!

Pepers hebben bij voorkeur een constante toevoer van water. Ze hebben namelijk geen diepgravend wortelstelsel. Pepers krijgen dus liefst elke dag een beetje water dan om de paar dagen heel veel. Mulchen kan helpen om de vochtigheid van de bodem constant te houden. Pepers mogen zeker nooit te nat komen te staan, dan zijn ze gevoelig voor rot.

Bodem en Vruchtwisseling

Pepers doen het het best in een lichte, goed drainerende grond. De grond hoeft niet heel rijk te zijn, maar wat wel belangrijk is, is voldoende organisch materiaal. Een stevige portie compost aan de bodem toevoegen is dus geen overbodige luxe. Teveel stikstof in de bodem kan voor grote planten met grote bladeren zorgen, maar niet noodzakelijk grote vruchten. Een beetje meer fosfor is in dat geval wel gewenst. Wat betreft zuurtegraad stellen pepers geen hoge eisen.

Omdat pepers in de serre staan passen ze niet in het klassieke ‘7-percelen’ wisselteelt schema. Toch moet je een beetje opletten om vruchtwisselingsziektes te vermijden. Pepers zet je best op een plek waar de voorbije 4 jaar geen andere pepers of paprika’s stonden.

Pepers Zaaien en Planten

Pepers kan je best vroeg in het jaar voorzaaien. Het rijpen van de pepers vraagt enige tijd, dus elke voorsprong is welkom. Je moet echter opletten dat er voldoende (zon)licht is voor de jonge plantjes. Dat is er meestal pas in de 2e helft van februari of in maart zoals je in onze zaaikalender kan lezen. Heb je echter een speciale opstelling met extra groeilichten, dan kan je ook al begin februari of zelfs in januari zaaien.

Voorzaaien

Zaai de pepers voor in bakjes of potjes gevuld met een goede zaai- en stekgrond om de pepers voor te zaaien. Kies je voor potjes, dan moeten ze een doorsnede van minstens 5 cm hebben. De zaadjes bedek je met een dun laagje aarde. Dek deze af met een laagje plasticfolie en zet ze ergens warm. De temperatuur van de grond moet minstens 23 °C om te kunnen kiemen. Dat kan je doen door ze bijvoorbeeld op de verwarming te plaatsen. Licht hebben ze nu nog niet nodig. Het kan ruim 10 dagen duren eer de pepers kiemen, dus wees niet ongeduldig.

Eenmaal de zaadjes zijn uitgekomen zet je de jonge plantjes op een plek met zo veel mogelijk (zon)licht. Te weinig licht leidt tot lange, onproductieve plantjes. De peperplanten laat je best nog even binnen staan. Ze moeten overdag namelijk op 20 – 23 °C staan, ‘s nachts mag het wat koeler zijn, maar toch minstens 20 °C.

Verspenen en verpotten

Na de 2 ronde kiemblaadjes krijgen de jonge plantjes 2 lange, smalle echte blaadjes. Eenmaal deze er goed staan kan je de jonge plantjes verspenen en naar potjes overzetten. Dit hoef je natuurlijk niet te doen als je meteen in potjes gezaaid hebt. Wees bij het verspenen heel voorzichtig met de wortels. Schade kan de groei belemmeren. Nog eens een tweetal weken later kan je de sterkste planten naar een grote pot van 12 à 14 cm verpotten. Kies nu niet meer voor een arme zaai- en stekgrond maar net een voedzame potgrond. Giet de pepers regelmatig. Dit kan je best doen door de potten in een schaaltje te plaatsen en het water in het schaaltje te gieten. Wanneer de potgrond het water heeft opgenomen giet je het overtollig water weg.

Verplanten

Probeer wat geduld te oefenen voor het verplanten van de pepers naar de serre. De bodem moet namelijk al voldoende opgewarmd zijn vooraleer de pepers er in kunnen gedijen. Je kan dit helpen door de grond te bedekken met een zwart plastic. Gebruik je liever geen plastic, dan kan je ook mulchen met een droog materiaal zoals hooi nadat de grond opgewarmd is. Dit zorgt er voor dat de bodem ‘s nachts niet te hard afkoelt.

Peper verplant je best op het moment dat je de eerste aanzet van de bloemen ziet. Hard de peperplanten af voor je ze verplant. Hierbij zet je ze gedurende een aantal dagen op een iets koelere plek (18°C) en geef je ze minder water. Hierdoor gaan de wortels de shock van het verplanten beter verdragen. Vlak voor het planten geef je de potten net veel water. Dat helpt om de plant netjes uit de pot te krijgen. Probeer opnieuw de schade aan de wortels te beperken.

De plantafstand hangt echt af van het type peper dat je verplant. Grotere planten hebben uiteraard wat meer ruimte nodig. Volg dan ook steeds de aanwijzingen op de verpakking. Een afstand van 50 cm tussen twee peperplanten is een goede vuistregel.

Pepers in potten kweken

Heb je geen serre of kas dan kan je peper ook in potten kweken. Kies voor een pot met een doorsnede van zo’n 40 cm. Kies voor een pot van zwart plastic. Deze zijn licht en kan je dus in koude periodes naar binnen verplaatsen. De zwarte kleur biedt extra verwarming. Heb je veel licht binnen dan kan je in het najaar de pot ook weer binnen brengen en proberen om de peper te overwinteren. Pepers zijn namelijk meerjarig! Sommige peperplanten zijn bovendien zeer decoratief en misstaan dus niet op een vensterbank. Je kan misschien zelfs proberen om een bonchi te kweken, een bonsai chili!

Teelt

Na het verplanten begint het nog maar net! Pepers zijn namelijk trage groeiers en kunnen alle hulp gebruiken om groot en productief te worden. Voldoende zonlicht en warmte zijn daarbij uiteraard van cruciaal belang.

Onkruid

Onkruid in de tuin is natuurlijk nooit geliefd. Ze halen de voedingsstoffen weg van de pepers. Verwijder daarom het onkruid. Dit doe je best niet door te schoffelen, want pepers hebben een heel oppervlakkig wortelsysteem. Met schoffelen kan je dit beschadigen en de groei van de plant belemmeren.

Snoei & Ondersteuning

Niet alle peperplanten hoeven gesnoeid en ondersteund te worden. Struikvormige pepersoorten kunnen zonder, andere kunnen wel 1,5 meter hoog worden. Als deze niet gesnoeid worden krijg je een rommeltje van vertakkingen dat niet produceert. Deze soorten snoei je als ze zo’n 40 cm hoog zijn. Kies dan de 3 sterkste stengels uit en snoei de rest weg. Biedt de peperplant dan ook wat ondersteuning door ze te binden aan een staak. Als je kan geef je de stengels ook ondersteuning door ze met een touwtje te verbinden met het plafond van de kas. Controleer regelmatig of deze touwen nog strak gespannen staan en voldoende ondersteuning bieden.

Water

Omwille van hun oppervlakkig wortelstelsel hebben pepers graag een constante hoeveelheid water. Geef ze dus elke dag een beetje water. Zorg ervoor dat al het water na het gieten ook in de bodem dringt of snel opdroogt, een (te) natte bodem leidt tot rot en andere ziekten.

Ziektes

Pepers kunnen van veel ziekten last hebben. Preventie is uiteraard steeds belangrijker dan genezing. De belangrijkste preventieve maatregel tegen rot en schimmels is de pepers droog houden en er voor zorgen dat de planten snel kunnen opdrogen na water gegeven te hebben. Dit kan je doen door de kas regelmatig te verluchten en de pepers niet te dicht bijeen te planten. Aangetaste delen van de plant verwijder je zo snel mogelijk met een schoon mes.

Eén bepaalde ziekte licht ik er graag uit: neusrot. Bij deze ziekte rot het uiteinde van de pepervrucht. Deze ziekte ontstaat door een tekort aan calcium. Dit kan je vermijden door extra calcium te geven, maar nog belangrijker is regelmatig water geven. In periodes van droogte kan de peperplant namelijk geen calcium opnemen en dat leidt tot ziekte.

Plagen

De belangrijkste plaag van de peperplant is de bladluis. Deze kleine diertjes zuigen het sap van de plant op en verstoren daarmee de groei. Met een gerichte waterstraal krijg je ze snel van de plant af. Wees er wel snel bij want ze kunnen zich zeer snel vermenigvuldigen.

Pepers Oogsten

Pepers kan je zowel groen als rood (of geel of oranje) oogsten. Groen zijn ze minder zoet maar je kan er meer van oogsten. Je kan al beginnen oogsten aan het einde van juni. Volledig rijp zijn ze natuurlijk het lekkerste, maar dat vraagt minstens een maand extra geduld en put de plant uit.

Oogsten kan je gemakkelijk doen door de vrucht wat op te tillen.

Bewaren

Gekoeld (6-8°C) bewaren pepers het langst, ongeveer 2 weken. Zonder koeling bewaren ze maar 4 dagen.

Zaadteelt

Zaden telen voor eigen gebruik is heel eenvoudig bij pepers. Kies de mooiste vruchten uit en laat deze volledig rijpen. Je kan zien dat hij goed rijp is als de vrucht volledig gekleurd en wat gerimpeld is. Haal de zaden uit de vrucht en laat deze nog 2 weken drogen op een warme, droge plaats.

Pepers zijn doorgaans zelfbestuivend. Uit de zaden komt dus meestal ook dezelfde peper als die waarvan je geoogst hebt. Je moet dus niet bijzonder opletten met andere peper- of paprikaplanten in de buurt. Wil je graag kruisen dan zal je dus zelf met een penseeltje de bloemen moeten bevruchten.

Zaad van eigen teelt behandel je best even met heet water voor het zaaien. Dit doodt eventuele schimmels. Gekocht zaad is door de kweker behandeld.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *