Geplaatst op Geef een reactie

Maïs – De Volledige Kweekgids

Maïs (Zea mays) kennen we vooral als het voedergewas dat op menig veld groeit. Daar wordt het vooral gekweekt voor de veeteelt. Deze maïs bevat veel zetmeel en is niet zo aangenaam om te eten. In doe moestuin gaan wij echter lekkere suikermaïs of popcornmaïs telen.

Maïs is niet meer weg te denken van het platteland, maar is eigenlijk afkomstig uit Midden-Amerika, waar de plaatselijke bevolking het al duizenden jaren telen. Na de kolonisatie van het Amerikaans continent heeft maïs ook bij ons zijn intrede gemaakt.

Soorten Maïs

In deze kweekgids ga ik me voornamelijk bezighouden over de maïs menselijke consumptie. Dat zijn de suikermaïs en de popcornmaïs. Daarnaast is er natuurlijk ook de voedermaïs voor dierlijke consumptie en korrelmaïs, dat gebruikt wordt voor bijvoorbeeld kippenvoer.

verse maïs op de grill

Suikermaïs (Zea mays saccharata) is een zoete vorm van maïs waarbij de korrels veel suikers aanmaken en weinig zetmeel. De korrels zijn sappig en het lekkerst wanneer ze zo vers mogelijk klaargemaakt worden. Je kan ze gewoon koken, maar grillen of roosteren is ook zeer lekker.

Suikermaïs wordt voornamelijk in de zomer geoogst.

maïskolven voor popcorn hangen te drogen

Popcornmaïs (Zea mays everta) is in bijna alles het tegengestelde van suikermaïs. De korrels bevatten weinig suiker en voornamelijk zetmeel. De korrels zijn behoorlijk droog, maar bevatten net genoeg water zodat de korrel kan ‘ploffen’ tijdens het bakken.

Popcornmaïs wordt voornamelijk in de herfst geoogst en wordt vervolgens gedroogd zodat het nog lang gebruikt kan worden als gezonde snack.

SuikermaïsPopcornmaïs
Zea mays saccharataZea mays everta
Veel suiker, weinig zetmeelVeel zetmeel weinig suiker
Oogst in de zomerOogst in de herfst
Vers te etenGedroogd voor het poffen
De belangrijkste verschillen tussen suikermaïs en popcornmaïs

Maïs van De Tuindoos


Standplaats van Maïs

Maïs verwacht een voedzame en losse bodem dat goed het vocht vasthoudt.

Zonlicht en Water

Maïs heeft graag volle zon. Maar aangezien hij één van de grootste planten in de moestuin is, zal hij niet snel in de schaduw komen te staan. Zolang je hem dus niet naast het (tuin)huis of onder een boom zet is er dus geen probleem.

Vooral wanneer de maïs in bloei staat is het belangrijk dat de planten voldoende water krijgen. Dit kan je verbeteren door een mulchlaag tussen de planten aan te leggen.

Bodem en Vruchtwisseling

Maïs heeft een goed bemeste bodem nodig. Voeg daarom in het najaar een flinke hoeveelheid verteerde stalmest toe aan de bodem. Een groenbemester zaaien om in de bodem te werken is ook aan te raden. Een paar weken voor het uitplanten kan je de bodem best ook diep bewerken. Maïs heeft namelijk graag een losse bodem.

De ideale bodem voor maïs is licht zuur met een pH tussen 6 en 6,8. Is de pH te laag dan kan er magnesiumtekort optreden. Eventueel wat kalk toevoegen is dan geen overbodige luxe.

Wat de vruchtwisseling betreft hoef je je niet veel zorgen te maken. Maïs is de enige groente uit de grassenfamilie. Je hoeft dus geen schrik te hebben voor vruchtwisselingsziektes en de maïs kan dus bijna overal staan. Omdat hij veel meststoffen nodig heeft is het wel logisch om de maïs tussen de vruchtgewassen te zetten. Net zoals pompoenen laat ook maïs een goede bodemstructuur achter voor de wortels en knollen die volgen op de vruchtgewassen.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Zaaien en Verplanten

Bij voorkeur zaai je maïs voor in (pers)potjes in de serre of koude bak. Zo kan je al wat vroeger zaaien en zijn de zaden en jonge plantjes veilig voor de vogels. Sla je de zaaikalender er op na, dan zie je dat je in april of mei kan beginnen zaaien.

Voorzaaien

Wanneer je de korrels zaait moet de bodem reeds voldoende opgewarmd zijn. Maïs kiemt pas van zodra de temperatuur van de bodem 12 °C bedraagt. Plaats daarom de (pers)potjes waarin je wil voorzaaien tijdig binnen of in de serre of koude bak.

Vul de potjes met potgrond en maak ze goed vochtig. Met een potlood kan je gemakkelijk gaatjes maken van 3 tot 4 centimeter diep. In elk gaatje gaat een korrel. Plaats de potjes op een harde ondergrond. De wortels groeien vrij snel en dit voorkomt dat ze te ver zouden groeien.

Geef pas water wanneer de maïs effectief is opgekomen. De kiemende plant vindt het namelijk niet fijn om begoten te worden.

Rechtstreeks zaaien

Vanaf de tweede helft van mei kan je ook buiten rechstreeks zaaien. Zaai dan elke 20 cenimeter op rijtjes op ongeveer 75 centimeter afstand van elkaar. Zaai telkens twee of drie zaadjes, later behoudt je enkel de sterkste plant.

Je mag tot wel 5 centimeter diep zaaien. Zo liggen de zaden iets beter beschermd tegen de vogels. Bedekken met een vogelnet is natuurlijk ook een oplossing.

Verplanten

Twee tot drie weken na het zaaien zijn de jonge plantjes al klaar om verplant te worden. Ze zouden dan zo’n 8-10 cm hoog moeten zijn.

De juiste plantafstand is afhankelijk van ras tot ras, maar doorgaans plant je elke 20 centimeter een maïsplant op rijtjes die ongeveer 75 centimeter van elkaar liggen. Zorg ervoor dat je de maïs op minstens 4 rijen uitplant. Maïs is namelijk zoals de meeste grassen een ‘windbestuiver’. Windbestuivers laten hun stuifmeel niet meenemen met bijen, vlinders of andere insecten maar met de wind. Door op minstens 4 rijen uit te planten maximaliseer je de kans dat je planten bestoven geraken. De wind komt namelijk steeds van een andere kant. Een plant die goed bestoven is, maakt mooie kolven.


Teeltzorgen van Maïs

Zorg ervoor dat de planten nooit water tekort komen en bescherm ze tegen de vogels. Dat zijn de belangrijkste zorgen voor maïs.

Onkruid Wieden en Mulchen

Vooral de jonge plantjes moet je goed beschermen tegen onkruid. Zij nemen het licht en de voedingsstoffen weg van de maïs. Let echter op met schoffelen. Maïs heeft heel oppervlakkige wortels die je kan beschadigen door te schoffelen. Wieden met de hand is daarom aan te raden. Leg na het wieden een dikke mulchlaag aan. Zo verhinder je dat er nieuw onkruid opkomt.

De mulchlaag zal daarnaast ook voorkomen dat de bodem uitdroogt. En terwijl de mulchlaag afbreekt geeft ze ook voeding aan de maïsplanten. Een win-win-win dus.

De Drie Gezusters

Maïs was ontzettend belangrijk in het dieet van de Zuid-Amerikaanse Indianen. Om de problemen met onkruid op te lossen maakten ze gebruik van de eigenschappen van pompoenen. De maïs werd ook gebruikt als ondersteuning voor bonen. Bonen, maïs en pompoenen werden dan ook altijd samen geteeld en kregen zo de bijnaam ‘De Drie Gezusters’. Het idee is dat de lange stengels van de maïs voor ondersteuning van de bonen zorgde en de pompoen het onkruid onderdrukt. Bonen geven op hun beurt voeding aan de bodem. Een interessante techniek die je misschien ook in je eigen tuin eens kan proberen?

Snoeien

Soms wordt aangeraden om de zijstengels te verwijderen die in de bladoksel groeien. Recenter onderzoek toont echter aan dat dit eerder nefast zou zijn voor de opbrengst van de maïskolven. Aan de zijstengels kunnen wel kleine kolven komen die niet helemaal volgroeid raken.

Water geven

Water geven is vooral belangrijk in de zomermaanden wanneer de maïs in bloei staat en het doorgaans wat droger is. Geef steeds water aan de voet. Natte maïs geeft minder goede kolven.

Bemesting

Zo gulzig als maïs is kan hij wel enkele keren van wat extra bemesting genieten. Voeg dus af en toe een beetje compost of meststof toe aan de bodem. Vooral stikstof is een belangrijke voedingsstof voor maïs. Let goed op de bladeren om te zien wat de plant nodig heeft.

  • Bleke groene bladeren zijn een teken van stikstoftekort.
  • Hebben de bladeren een paarse tint dan is er waarschijnlijk sprake van fosfortekort.
  • Gelige strepen duiden op een tekort aan magnesium.

Een magnesiumtekort is niet altijd omdat er te weinig magnesium in de bodem is. Bij een te zure pH kan de plant de magnesium gewoon niet opnemen. Eventueel de pH verhogen met wat kalk is dan mogelijk.

Plagen

De vervelendste plaag van maïs zijn de vogels. Kraaien en duiven kennen de maïskorrels goed en gaan ze opgraven na het zaaien. Dat kan je makkelijk oplossen door onder glas voor te zaaien. Ook bij volwassen planten durven ze wel eens de korrels uit de kolven te pikken. Een vogelverschrikker of reflecterende strips kunnen dan helpen. Helpt dat ook niet dan kan je altijd een net spannen over de maïs.


Maïs oogsten en bewaren

Suikermaïs en popcornmaïs worden op verschillende momenten geoogst.

De oogst van suikermaïs gebeurt vanaf eind augustus tot in september. De kolven worden geoogst wanneer de zaden nog niet helemaal rijp zijn. De korrels zijn dan nog heerlijk zacht en op hun zoetst. Het juiste moment vinden om te oogsten is niet simpel. De kolven zitten namelijk mooi verpakt in een groen schutblad zodat je de korrels niet kan zien. Je merkt of de suikermaïs oogstrijp is aan de draden die boven uit de kolf steken. Op het moment dat deze gedroogd zijn kan je de kolf oogsten. Deze breekt dan gewoon van de plant af. Oogst je te vroeg dan hebben de korrels weinig smaak. Oogst je te laat dan zijn de korrels veel te melig en hard geworden.

Na het oogsten van suikermaïs moet je deze zo snel mogelijk consumeren. De suikers in de korrels worden namelijk langzaam omgezet naar zetmeel. De maïs wordt dus met de moment minder zoet. Bewaar de kolven dan ook niet te lang, maar bereid ze meteen. Suikermaïs is lekker gekookt maar ook heerlijk geroosterd op de gril.

De oogst van popcornmaïs gebeurt later dan die van popcornmaïs. De korrels moeten namelijk volledig gerijpt en droog zijn voor een goede popcornmaïs. Laat de kolven zo lang mogelijk aan de plant hangen. De kolf en de korrels drogen daarbij uit.

Met een beetje kracht kan je de droge korrels dan van de kolven wringen. De korrels kunnen zeer lang bewaard worden op een droge koele plaats. Om popcorn te maken bak je deze korrels in een diepe pan met een beetje olie. Voeg na het ploffen wat zout toe voor een heerlijke en gezonde snack.


Heb je ook zin gekregen om maïs te kweken? Koop dan nu maïs bij De Tuindoos.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *