Geplaatst op Geef een reactie

Spruitkool – De Volledige Kweekgids

Kweekgids Spruitkool omslag

Spruitkool (Brassica oleracea gemmifera) is misschien wel de ideale kool om in onze contreien te kweken. Hoewel ze net zoals andere kolen oorspronkelijk uit het Middelandse Zeegebied afkomstig zijn, worden ze al eeuwenlang ook in België en Nederland geteeld. Niet voor niets spreekt men in het engels van Brussels sprouts. Spruitkool houdt namelijk van ons nattig en koel klimaat en zorgt voor verse groenten in het midden van de winter.

Spruitkool is eigenlijk net dezelfde plant als vele andere kolen zoals broccoli, bloemkool en sluitkool. Maar waar bij broccoli en bloemkool de bloemaanzet is doorgekweekt, en bij sluitkool de bladeren, is spruitkool verder doorgekweekt voor de kleine kooltjes in de bladoksel.

Alles over de teelt van deze heerlijke wintergroente lees je in deze kweekgids.

Soorten Spruitkool

Spruitjes worden vaak nog eens als een bittere groente met een muffe smaak bekeken, maar dit zijn voornamelijk de oude rassen. De laatste decennia zijn er nieuwe rassen op de markt gekomen die een fijnere en frissere smaak hebben. De meeste rassen die je tegenwoordig vind zijn dit nieuwe type.

Verder kan je de verschillende soorten spruitkool nog opdelen op basis van het moment van de teelt. Sommige rassen zijn beter geschikt voor de vroege teelt (zoals de Groninger in de webshop), terwijl andere meer geschikt zijn voor de normale of late teelt.

Veel moderne spruitkoolrassen maken kooltjes die allen op hetzelfde moment klaar zijn. Dit is uiteraad zeer goed voor de boeren, die hierdoor gemakkelijk machinaal kunnen oogsten. Voor de moestuinier is dat echter vaak een nadeel, want dan heb je één grote oogst in één keer, in plaats van een gespreide oogst. Dat maakt het moeilijk om alle spruiten te verwerken.

Een laatste verschil tussen de verschillende spruitkolen is de kleur. De meeste hebben een groene kleur, maar er bestaan ook een paar rassen met een donkerblauwe, paarse kleur.


Spruitkool van De Tuindoos

Standplaats

Spruiten vallen op alle types bodem te kweken en hoeven niet veel warmte te hebben. Net als alle kolen vragen ze veel bemesting.

Zonlicht en Water

Hoewel spruitkool niet echt van de warmte houdt, hebben ze wel best wat zonlicht nodig. Ze kunnen ook groeien in de halfschaduw, maar dat zal het rijpen van de kooltjes vertragen.

Wat watervoorziening betreft is de ideale grond voor spruitkool een watervasthoudende bodem die niet te zompig wordt. Een goede bodemstructuur is hierbij belangrijk. Als je al een paar jaar aan vruchtwisseling doet komt die goede structuur vanzelf.

Bodem en Vruchtwisseling

Spruitkool groeit op elke type bodem, met uitzondering van de zeer lichte zand- of net zware kleigronden.

Net als alle andere kolen is ook spruitkool een echte veelvraat. Toch moet je goed opletten met de bemesting. Geef bij voorkeur bemesting met stalmest in plaats van compost. Het grote humusaandeel in compost zorgt voor losse spruitjes. Stalmest zal zijn stikstof net langzaam afgeven, waardoor de spruitkool niet te snel groeit en je compacte spruitjes krijgt. De stalmest kan je in de winter of het voorjaar in de bodem verwerken.

Met kolen is het altijd heel belangrijk om met een goede vruchtwisseling te werken. Dat is met spruitkool niet anders. Door vruchtwisseling aan te houden voorkom je verschillende ziektes en plagen. In de regel geldt dat je minstens 6 jaar moet laten tussen twee koolteelten op hetzelfde perceel. De eenvoudigste manier om dit te bereiken is het schema wisselteelt met 7 percelen.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Voor- en Nateelten

Om de beperkte ruimte van je moestuin optimaal te benutten kan je gebruik maken van voor- en nateelten. Hierbij plant je een late groente nadat je een vroege groente geoogst hebt. Voor- en nateelten is werk voor gevorderden, omdat het een goede kennis en timing van je moestuin vraagt.

Vroege aardappelen zijn een ideale voorteelt voor late spruitkool. De vroege aardappel is al geoogst voor je de late spruitkool uitplant. Bovendien zorgt aardappel voor de goede bodemstructuur die spruitkool nodig heeft. In het klassieke schema volgen de kolen meestal de peulvruchten op, en die laten doorgaans geen goede bodemstructuur na.


Spruitkool Zaaien en Verplanten

De vroege teelt van spruitkool kan je voorzaaien onder glas in de tweede helft van februari. De normale en late rassen worden in maart tot ongeveer half april gezaaid. In april worden de vroege rassen verplant, in mei en juni de normale en late. De oogst van de vroege teelt begint eind augustus en loopt door tot november. De normale teelt kan je van oktober tot begin januari oogsten. De oogst van de late teelt begint pas in januari maar loopt door tot in maart!

Spruitkool Voorzaaien

Het voorzaaien gebeurt voor alle teelten. Voor de vroege teelt zaai je bij voorkeur uit onder glas, zoals in de koude bak of serre (liefst niet binnen). De normale en late teelten kan je op een zaaibed zaaien, of in bakjes die gewoon buiten mogen staan.

Zaai de spruitkool voor in persblokjes of een zaaitray. Gebruik hiervoor geen potgrond, maar een zaai- en stekgrond. Het is namelijk belangrijk dat de plantjes in het begin niet te snel groeien. Zaai- en stekgrond kan je eenvoudig zelf maken. Het duurt ongeveer één tot twee weken voor de zaden om te kiemen. Wanneer de jonge plantjes twee paar echte blaadjes hebben kan je ze best verspenen naar potjes met potgrond. Door te verspenen als de plantjes nog jong zijn kan je de spruitkool met de volledige kluit verplanten, zo worden de wortels zo min mogelijk beschadigd.

Zaai je op een zaaibed dan kan je best wat zand in de oppervlakte van het zaaibed verwerken. Dit maakt de bodem iets armer, zodat de spruitkool niet te snel groeit in het begin. Zaai op rijtjes die ongeveer 10 cm uit elkaar liggen. Elke 3 cm een zaadje is een goed gemiddelde. De plantjes mogen hier acht tot tien weken staan, en dan gaan we ze verplanten. Bedek het zaaibed met een net, want de vogels houden ook wel de jonge spruitplantjes.

Spruitkool Verplanten

Bij de vroege teelt kan je vanaf ongeveer half april de jonge plantjes op hun definitieve plek zetten. Voor de normale teelt is dat in mei, en de spruitkool van de late teelt verplant je eind mei of juni.

Kies steeds de sterkste planten uit om te verplanten.

Spruitkool heeft een teer wortelgestel. Let daarom goed op bij het verplanten, beschadigde wortels zorgen voor een groeiachterstand. Plantjes die je in pot gekweekt hebt en later verspeend hebt kan je gemakkelijk met de hele kluit verplanten en zorgt voor de minste beschadiging. Bij het gebruik van een zaaibed moet je wat meer opletten. Je kan de schade beperken door voor het verplanten het zaaibed goed nat te maken. Het water zorgt ervoor dat er meer grond aan de tere wortels zal blijven hangen.

De afstand waarop je verplant is afhankelijk van ras tot ras. De vroege spruiten worden doorgaans ook iets dichter bij elkaar geplaatst. Volg bij het verplanten daarom steeds de aanwijzigingen op de verpakking.


Teeltzorgen van Spruitkool

Onkruid en Mulchen

Onkruid in de moestuin is vervelend omwille van twee redenen. Ten eerste neemt het nuttige mineralen en meststoffen af van je groenten. Maar vervelender is dat het een goede luchtcirculatie in je plantbed tegengaat. Hierdoor droogt water minder goed op, wat tot schimmelziekten kan leiden. Schoffel dus goed tussen je rijtjes spruitkool.

Na het schoffelen leg je best een mulchlaag aan. Mulch is een laag dood organisch materiaal dat je over de bodem van je kweekbed aanbrengt. Dat kan grasmaaisel, hooi of iets anders zijn. Mulch zal het komende onkruid onderdrukken. Bovendien breekt het langzaam af en geeft het daarbij zijn voedingsstoffen af aan de spruitkool. Dat is ideaal, want spruitkool heeft een constante voeding nodig, in plaats van veel in één keer.

Ook in het zaaibed is het belangrijk om goed onkruid te wieden. Onkruid kan hier namelijk nogal snel je plantjes gaan overwoekeren, waardoor ze te weing licht krijgen.

Bemesting

Spruiten zijn echt gulzige groenten. Tegelijkertijd moet je goed opletten bij het bemesten. Als spruitkool te veel mest in één keer krijgt gaat hij door een groeispurt. Dat is niet zo goed, want dan krijg je spruitjes met losse blaadjes, die bewaren minder lang. Je kan daarom best geregeld een beetje bijmesten, of maak gebruik van stalmest of weinig verteerde compost. Deze gaan afbreken en geven langzaam hun voedingsstoffen af. Je kan natuurlijk ook steeds een mulchlaag aanbrengen, deze zal ook langzaam zijn voedingsstoffen afgeven.

Toppen en Bladeren Verwijderen

Als de spruitkool nog weinig spruitjes heeft gemaakt midden september dan kan je de spruitkool eventueel toppen. Dat wil zeggen dat je het bovenste deel van de kool wegnemt. De kool zal dan niet meer in de lengte kunnen groeien en meer energie in de spruitjes steken. Dit heeft echter als gevolg dat de plant minder goed beschermd is tegen de vrieskou, je moet dan al oogsten vóór de eerste nachtvorst.

De onderste bladeren van de spruitkool kunnen vergelen en gaan hangen. Deze kan je best weghalen. Ze brengen namelijk geen energie meer op voor de plant en als ze rotten kunnen ze voor vervelende ziekten zorgen. Door de onderste bladeren te verwijderen droogt de grond ook sneller op en voorkom je schimmels. Soms worden ook de andere bladeren weggehaald, maar dat is vooral voor de machinale oogst.

Plagen

Net als alle andere kolen is ook spruitkool heel geliefd bij veel verschillende plagen. Insecten, slakken en vogels willen allemaal een hapje eten van de kolen. Voor alle plagen geldt hetzelfde devies: voorkomen is beter dan genezen.

Om je jonge spruitkolen te beschermen tegen vogels volstaat het om ze met een net te overspannen. Probeer ook eens een keer een teelt zonder net. Niet alle vogels gaan van spruitkool eten (meestal zijn het duiven), sommigen zoeken hun eten elders. Misschien heb jij wel beleefde vogels in jouw tuin. Bij grotere planten mag het net er af, dan zijn de vogels niet meer geïnteresseerd.

Lastiger zijn de slakken. Schade door slakken kan je herkennen aan de gaatjes in de bladeren, de zogenaamde venstervraat. Slakken gaan niet aan de zijkant van de bladeren knabbelen, maar doen dat steeds in het blad zelf. Een andere indicatie dat het om slakken gaat is natuurlijk het vieze slijmspoor dat ze achterlaten. Het belangrijkste tegen slakken is natuurlijk preventie. Onder dood hout of ander tuinafval kunnen slakken zich verschuilen, dus ruim dit op of ga geregeld controleren op slakken. De gemakkelijkste oplossing tegen slakken is het gebruik van een slakkenval. Doe hierin wat bier of slakkenkorrels met lokstof en de slakken zullen zich hierin verdrinken.

De vervelendste plaag is toch echt wel de koolvlieg. Koolvliegen leggen hun eitjes op de grond nabij een kolenplant. Wanneer de larven uit de eitjes komen kruipen ze de grond in en gaan ze rechtstreeks af op hun doel: het afknagen van de wortels. Door de schade die ze daar aanrichten verkleurt de wortel en zal deze later beginnen rotten. De plant heeft dan letterlijk geen poot meer om op te staan en zal omvallen.

Voorkomen dat de koolvlieg haar eitjes kan leggen vlakbij een kool is de gemakkelijkste manier om de koolvlieg te bestrijden. Dat kan vrij eenvoudig met een zogenaamde koolkraag. Een cirkelvormig stuk plastic dat je rond de stengel van de kool aanbrengt en dat de bodem afdekt. Je kan zo’n koolkraag ook zelf fabriceren van een stuk karton. Een andere manier, die ook helpt tegen andere insecten, is om het volledige koolbed te bedekken met een gaas.

Rupsen van verschillende vlinders en motten durven ook wel eens te eten van de kolen, en dan met name de rupsen van het koolwitje. De makkelijkste manier om je kolen op een ecologische manier te beschermen is door het bed te bedekken met een gaas. Je kan ook geregeld je kolen inspecteren en zodra je rupsen ziet deze platdrukken.


Spruitkool Oogsten en Bewaren

Spruiten aan de onderkant van de stengel zullen het eerste klaar zijn. Later volgen de spruiten in het midden en vanboven aan de plant. Je kan ze oogsten door ze met een scherp mesje af te snijden, of eenvoudigweg af te breken. Controleer bij het oogsten ook of er geen losse of rotte spruiten tussen de andere staan en verwijder deze. Rotte spruitjes kan je best weggooien, maar de losse zijn nog wel eetbaar als losse blaadjes in een slaatje.

Oogst de spruiten pas wanneer je ze wilt consumeren. Ze blijven maar een paar dagen lekker in de ijskast. Enkel wanneer er zeer strenge vorst aankomt kan je best de spruitjes meteen oogsten. Een beetje vorst kunnen de spruitjes wel verdragen. Meer zelfs, dan worden ze lekkerder! Tijdens een nacht met temperaturen onder 0°C zal de spruitkool zijn zetmeel omzetten in suikers om zichzelf te beschermen. Hierdoor worden de kooltjes zoeter en minder bitter.

Spruitjes bewaren vrij lang diepgevrozen, en genieten dan ook van het ‘vorsteffect’ waarbij ze iets zoeter zullen worden.


Zin gekregen om zelf spruitkool te telen? Koop dan een van mijn zaden van De Tuindoos. Heb je nog vragen, dan kan je deze hier steeds posten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *