Posted on Geef een reactie

Snijsla – De Volledige Kweekgids

Snijsla De Volledige Kweekgids

Snijsla (Lactuca sativa), pluksla of steeksla is een teelt van sla waarbij je geen kroppen krijgt. De planten produceren namelijk allemaal kleine, losse blaadjes. Deze teelt is al eeuwenoud. In 1586 werd het voor het eerst beschreven door een Duits wetenschapper, maar de Romeinen, Grieken en zelfs de oude Egyptenaren kweekten al sla. Zij dichtten het zelfs geneeskundige krachten toe! Geneeskrachtig of niet, sla is in ieder geval gezond en snijsla is veel gemakkelijk te telen dan kropsla. Tijd om er zelf mee aan de slag te gaan!

Soorten Snijsla

Er zijn veel verschillende soorten sla die als snijsla geteeld kunnen worden. Eerst en vooral heb je de standaard kropsla, waarbij een aantal rassen ook geschikt zijn om als snijsla te telen. Daarnaast heb je de krulsla en eikenbladsla. Deze sla zal nooit een krop vormen en lijkt qua vorm en smaak wat op andijvie, maar veel verfijnder. Pluksla tenslotte heeft meer langwerpige blaajes en is niet zo mals.

Kropsla als Snijsla

De gewone kropsla (Lactuca sativa var. capitata) kan je ook als snijsla kweken. Je kan dan rechtstreeks zaaien en hoeft niet te verspenen en te verplanten. Zaai gewoon heel dik op elkaar (2-3 zaadjes elke cm). Wanneer je kiest voor sterke winterrassen kan je bovendien véél vroeger zaaien en oogsten dan bij andere snijsla.

Krulsla en Eikenbladsla als Snijsla

Krulsla (Lactuca sativa var. foliosa) lijkt qua uiterlijk een beetje op andijvie. Ook de smaak heeft wat weg van andijvie, maar het blad is zachter en smaakt net iets zoeter. Eikenbladsla is een variant van krulsla. De smalle blaadjes hebben een bruin-rode kleur en zijn fel ingesneden. Ze lijken net eikenblaadjes – vandaar de naam natuurlijk. De smaak van eikenbladsla is vaak nog verfijnder dan bij krulsla. Beide soorten vormen geen krop en je kan ze dus ook als snijsla telen. Zaai dan enkel in volle grond, onder glas is het niet altijd zo’n succes.

Pluksla als Snijsla

Pluksla (lactuca sativa var. crispa) is een buitenbeentje onder de slasoorten. Deze sla krijgt een losse krop waarbij je steeds de buitenste bladeren oogst. De smaak is iets bitterder. Oudere blaadjes moet je bovendien stoven want de smaak is anders niet zo aangenaam. Deze soort is wel heel sterk en bestand tegen de meeste ziektes. Uiteraard kan je deze soort ook als snijsla zaaien.

Standplaats

Snijsla komt uiteraard op best op het perceel van de bladgroenten. Omdat ze altijd water en mineralen moeten hebben heb je best een humusrijke bodem. Werk daarom voor je zaait een flinke portie goed verteerde compost in de grond.

Zonlicht & Water

Sla moet altijd over voldoende vocht beschikken. Wanneer de grond te lang droog staat kan de sla namelijk doorschieten. Bij snijsla stelt zich dat probleem minder snel, maar geef toch voldoende water. Wanneer je een zandgrond hebt moet je vrij vaak water geven, zeker bij droog weer. Elke dag water geven is dan een must.

Bodem & Vruchtwisseling

De grondsoort maakt voor snijsla niet echt uit. Sla groeit zowel in zandgronden als in zware leemgrond. In zandgrond is hij vaak wel sneller oogstklaar.

Wat betreft de voeding in de bodem is sla heel wat kieskeuriger. Snijsla moet snel kunnen groeien en dus constant voldoende voedingsstoffen hebben.
Werk daarom voor je zaait een flinke portie goed verteerde compost in de grond.
Dit zal ook de waterhuishouding van je bodem verbeteren, de bodem kan dus meer water vasthouden. Gebruik zeker geen verse mest of kunstmeststoffen. Deze bevatten een té hoge concentratie nitraat, waardoor de sla vatbaarder wordt voor ziektes. Ook verhoogt kunstmest de zoutconcentratie in de bodem en hier kan sla ook niet goed tegen. Een pH van 6,5-7,5 is ideaal.

De vruchtwisseling voor sla luistert niet heel nauw. Uiteraard komt dit plantje het beste bij de bladgroenten te staan. Voor de gezondheid van de bodem wacht je ook best 3 jaar voor je opnieuw sla zaait. Snijsla groeit echter zo snel dat het niet zo’n groot probleem is als je hier eens van afwijkt. Je kan dus snijsla af en toe ook bij de peulvruchten of tussen de wortels zetten. Of als je geen perceel met aardappelen hebt kan je dit vervangen door ééntje met sla. Heel het perceel hoef je dan niet te vervangen, 1 m² snijsla is al een hele hoop.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Voor- & Nateelt

Snijsla zaai je meestal vroeg in het jaar. Hij is dan al geoogst nog voor je je andere groenten verplant. Je kan dus ook snijsla zaaien op de plaatsen waar je later pompoenen of courgetten of boontjes plant. Dit noemen we een voorteelt.

Zaaien

Neem je een kijkje op de zaaikalender dan merk je dat je snijsla heel vroeg op het jaar kan zaaien. Onder koud glas kan dat meestal al in februari en maart. Voor de kropsla die als wintersla wordt bestempeld kan dat zelfs al vroeger, in september tot januari. Koud glas wil zeggen dat je zaait in de serre of een koude bak, zonder verwarming. Heb je geen serre of koude bak dan kan je ook in potjes zaaien die je bij kans op (nacht)vorst binnen haalt. Zaai je in volle grond dan moet je wachten tot in april om te zaaien.

Zaai de snijsla op rijtjes die zo’n 10-15 cm uit elkaar liggen. Je mag vrij dik zaaien, met elke centimeter 2 tot 4 zaadjes. Heel belangrijk bij het zaaien van snijsla is dat je de zaadjes niet te diep zaait. Sla is namelijk een lichtkiemer en er moet dus wat licht op de zaadjes vallen om ze te laten kiemen.

Zaai niet alles in één keer, maar elke week een beetje. Op die manier heb je niet plots een berg sla, maar kan je de oogst spreiden.

Snijsla verplant je niet.

Onder koud glas kweken

Door onder koud glas (bijvoorbeeld een koude bak of een serre) te zaaien kan je heel wat vroeger zaaien. Zaai je kropsla van het wintertype dan kan je zelfs al in de winter zaaien (september-december). Je kan in september zaaien zodat de plantjes al voldoende groot zijn wanneer de winter er aan komt. Je kan dan de hele winter oogsten van de snijsla. Zaai je iets later dan moet je misschien wat langer wachten vooraleer de plantjes groot genoeg zijn om te oogsten. De meeste snijsla zaai je echter vroeg in het voorjaar (vanaf half februari tot half maart) zodat je in april kan oogsten.

Vooral kropsla en pluksla zijn goed om te zaaien als snijsla onder koud glas. Krulsla en eikenbladsla zijn minder hiervoor geschikt.

Wanneer je onder koud glas zaait moet je wel geregeld luchten. Bij voorkeur doe je dit elke dag, behalve bij vorst.

In volle grond kweken

Zaai je in volle grond (en dus niet onder glas) dan zaai je best in maart en april. Elke soort sla is hiervoor geschikt. Pluksla, krulsla, eikenbladsla en sommige kropsla kan je zelfs in mei nog zaaien als snijsla.

In potten kweken

Heb je maar een beperkte ruimte dan kan je zeker ook in potten kweken. Je kan dan de zaaikalender van de teelt in volle grond aanhouden en de potten steeds buiten laten staan. Je kan ook de zaaikalender van de teelt onder koud glas aanhouden en de plantjes overdag buiten zetten en ‘s nachts weer binnen halen.

Kies voor een grote en diepe pot die je vult met goede zaai- en stekgrond. Zorg voor een goede drainage door op de bodem hydrokorrels of wat potscherven te leggen. Vervolgens verspreid je de zaadjes over de hele pot. Voor een pot met een diameter van 20 cm zijn 90 zaadjes (dat is minder dan 0,1 gram!) ruim voldoende. Je zal dan een aantal jonge plantjes moeten uitdunnen, maar die kunnen meteen een slaatje in.

Teelt

Na het zaaien heb je niet zo heel veel werk meer met snijsla. Het belangrijkste is dat je voldoende water geeft.

Uitdunnen

De snijsla uitdunnen kan, maar is niet echt nodig. Wat je uitdunt kan natuurlijk meteen de salade in.

Onkruid

Onkruid is meestal geen probleem bij snijsla. Ze groeit namelijk zo snel dat het zelf bijna onkruid lijkt! Eén keer wieden voor het zaaien is meestal voldoende.

Water Geven

Water is ontzettend belangrijk voor de goede groei van snijsla. Bij droog weer ga je de sla toch dagelijks water moeten geven. Een bodem die veel humus bevat is dan ook belangrijk. Humus houdt namelijk het water vast. Je kan de hoeveelheid humus in je bodem verhogen door een flinke portie goed verteerde compost toe te voegen in het voorjaar.

Ziektes

Eén van dé klassieke ziekten bij sla is rand. Hierbij gaan de randjes van de slabladen verdrogen en later kunnen de blaadjes beginnen rotten. Rand ontstaat door een te felle wisseling tussen nat en droog. Zorg daarom voor voldoende water!

Een andere ziekte is smeul of grijsrot. Dat is een schimmel die toeslaat op planten die te veel stikstof hebben gekregen of te nat staan. Op de bladeren komt een grijze, pluizige schimmel te staan die het plantje laat verwelken.

Plagen

De belangrijkste plaag voor snijsla zijn slakken. Ze kunnen zich verstoppen tussen tuinafval en mulch. Mulch daarom nooit tussen je snijsla. Omdat slakken vaak ‘s nachts actief zijn kan je best ‘s morgens water geven in plaats van ‘s avonds. Op die manier is de grond al wat droger wanneer de slakken actief worden. Je kan tegelijkertijd ook slakkenkorrels strooien of ze proberen te vangen met slakkenvallen.

Oogsten

Oosten van de snijsla kan van zodra de blaadjes 10 centimeter groot zijn. Laat ze niet veel groter worden. Bij zaaien onder koud glas is dat meestal in april, bij de teelt in volle grond kan dat doorgaans in mei. Je kan de snijsla oogsten door met een mes net boven de grond af te snijden. Laat de wortels gewoon zitten, de slaplant gaat terug beginnen groeien. Zo kan je nog een tweede keer snijsla oogsten!

Bewaren

Snijsla bewaart niet zo heel lang . Eet hem bij voorkeur meteen op.Leg hem tussen twee blaadjes licht vochtig keukenpapier en hij blijft nog een week goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *