Posted on Geef een reactie

Romeinse Sla – De Volledige Kweekgids

Romeinse Sla De Volledige Kweekgids

Romeinse Sla of Bindsla ( Lactuca sativa var. longifolia) is een variant op de klassieke kropsla. Maar in plaats van een dichte krop vormt Romeinse Sla eerder een losse krop met langwerpige blaadjes. Romeinse Sla is één van de oudste groenten die de mens teelt. De oude Egyptenaren kweekten hem 4000 jaar geleden al en de Romeinen brachten hem vervolgens ook naar onze contreien. Vandaar de naam Romeinse Sla. De andere benaming Bindsla komt van het gebruik om 10 dagen voor het oogsten de bladeren met een touwtje bijeen te binden. Zo krijg je meer gele bladeren. Bindsla is een relatief eenvoudige groente om te kweken en is lekker zowel rauw als gestoofd.

Romeinse Sla of Bindsla Kweken

Romeinse Sla is een variant van de klassieke kropsla. Je kan ze dan ook kweken net zoals de standaard kropsla. Omdat ze rechtopstaande koppen hebben kunnen ze echter niet zo goed tegen nattigheid. Water blijft beneden in de krop zitten en daardoor kan de plant beginnen rotten. Dit is vooral een probleem bij de zomer- en herfstteelt. Focus daarom voornamelijk op de lenteteelt, de rest van het jaar kan je dan kropsla telen.

Standplaats

Romeinse Sla komt uiteraard op best op het perceel van de bladgroenten. Omdat ze altijd water en mineralen moeten hebben heb je best een humusrijke bodem. Werk daarom voor je zaait een flinke portie goed verteerde compost in de grond.

Zonlicht & Water

Romeinse sla moet altijd over voldoende vocht beschikken. Wanneer de grond te lang droog staat kan de sla namelijk doorschieten. Wanneer je een zandgrond hebt moet je vrij vaak water geven, zeker bij droog weer. Elke dag water geven is dan een must. Geef altijd water aan de voet. Water dat langs boven de krop in stroomt kan er namelijk moeilijk uit. De sla kan dan beginnen rotten.

Zorgt dat de Romeinse Sla steeds genoeg zonlicht heeft. Vooral als het nog een jong plantje is, is dit belangrijk. De zon mag er echter niet voor zorgen dat de bodem te droog wordt.

Bodem & Vruchtwisseling

De grondsoort maakt voor bindsla niet echt uit. Sla groeit zowel in zandgronden als in zware leemgrond. In zandgrond is hij sneller oogstklaar, in leemgrond krijg je echter een dikkere krop met malse bladeren.

Wat betreft de voeding in de bodem is Romeinse Sla heel wat kieskeuriger. Bindsla groeit snel en heeft dus constant voldoende voedingsstoffen nodig. Werk daarom voor je verplant een flinke portie goed verteerde compost in de grond. Dit zal ook de waterhuishouding van je bodem verbeteren, de bodem kan dus meer water vasthouden. Gebruik zeker geen verse mest of kunstmeststoffen. Deze bevatten een té hoge concentratie nitraat, waardoor de bindsla vatbaarder wordt voor ziektes. Vooral rand treedt dan snel op. Ook verhoogt kunstmest de zoutconcentratie in de bodem en hier kan sla ook niet goed tegen. Een pH van 6,5-7,5 is ideaal.

De vruchtwisseling voor sla luistert niet heel nauw. Uiteraard komt dit plantje het beste bij de bladgroenten te staan. Voor de gezondheid van de bodem wacht je ook best 3 jaar voor je opnieuw sla zaait. Sla groeit echter zo snel dat het niet zo’n groot probleem is als je hier eens van afwijkt. Je kan de sla dus af en toe ook bij de peulvruchten of tussen de wortels zetten. Of als je geen perceel met aardappelen hebt kan je dit vervangen door ééntje met sla. Heel het perceel hoef je dan niet te vervangen, 1 m² Sla is al een hele hoop.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Romeinse Sla Zaaien & Planten

Neem je een kijkje op de zaaikalender dan merk je dat je Romeinse Sla heel vroeg op het jaar kan zaaien. Onder koud glas kan dat meestal al in februari en maart. Koud glas wil zeggen dat je zaait in de serre of een koude bak, zonder verwarming. Heb je geen serre of koude bak dan kan je ook in potjes zaaien die je bij kans op (nacht)vorst binnen haalt. Zaai je in volle grond dan moet je wachten tot in april om te zaaien.

Onder koud glas kweken in het voorjaar is wel aangeraden. Bij de zomer- en herfstteelt is er een grotere kans op de ziekte rand.

Romeinse Sla is een lichtkiemer. Hij moet dus heel oppervlakkig gezaaid worden. Het beste is om te zaaien in perspotjes, die kan je later heel gemakkelijk verplanten zonder de kleine wortels te verstoren. Je kan eventueel ook in kleine turfpotjes zaaien. De potjes zet je vervolgens binnen achter het raam, in de serre of de koude bak.

Lenteteelt – Onder koud glas

De lenteteelt onder koud glas (bijvoorbeeld een koude bak of serre) is de eenvoudigste teelt. Wanneer je onder koud glas zaait moet je wel geregeld luchten. Bij voorkeur doe je dit elke dag, behalve bij vorst.

Zo’n 4 weken na het zaaien kan je de jonge plantjes uitplanten naar de koude bak. De plantjes zijn dan 5 à 8 centimeter hoog. Hebben de plantjes de hele tijd binnen gestaan, vergeet dan niet af te harden vóór het verplanten. Dat doe je door ze overdag al eens in de koude bak te zetten. ‘s Nachts wanneer het kouder wordt haal je ze dan weer binnen. Zo wennen ze al aan de koude. Zet bij het verplanten de jonge slaplantjes minstens 30 cm uit elkaar. Na het verplanten geef je meteen wat extra water.

Zomer- en Herfstteelt – In volle grond

Kweek je bindsla in volle grond (en dus niet onder glas) dan zaai je van april tot augustus. Je kan hiervoor natuurlijk voorzaaien en later verplanten (zoals bij de lenteteelt), maar als je de plaats hebt, zaai de Romeinse Sla dan meteen op de goede plek. Hoe minder je hoeft te verplanten hoe beter voor de plant.

De zomer- en herfstteelt wordt vaak afgeraden voor beginners. Schakel voor deze teelten over op kropsla, die is nu iets makkelijk te kweken.

In potten kweken

Heb je maar een beperkte ruimte dan kan je zeker ook in potten kweken. Je kan dan de zaaikalender van de teelt in volle grond aanhouden en de potten steeds buiten laten staan. Je kan ook de zaaikalender van de teelt onder koud glas aanhouden en de plantjes overdag buiten zetten en ‘s nachts weer binnen halen.

Kies voor een grote en diepe pot die je vult met goede zaai- en stekgrond. Voor één plant heb je een pot met diameter van minstens 20 centimeter nodig. Zorg voor een goede drainage door op de bodem hydrokorrels of wat potscherven te leggen.

Teeltzorgen

Na het verplanten van de Romeinse sla heb je nog wel een beetje werk. Zo is het belangrijk dat het onkruid gewied wordt.

Onkruid

Onkruid biedt bescherming aan slakken en maakt dat de Romeinse Sla minder snel opdroogt wanneer ze nat is. En natte sla leidt tot rot. Je wil dus zeker alle onkruid weren van het perceeltje van de Romeinse Sla. In een ecologische tuin kan dat door te mulchen of te wieden. Helaas geeft mulchen dezelfde problemen als onkruid; het trekt slakken aan en houdt de sla nat. Er staat dus niets anders op dan geregeld het onkruid te wieden.

Water Geven

Water is ontzettend belangrijk voor de goede groei van Romeinse sla. Bij droog weer ga je de sla toch dagelijks water moeten geven. Een bodem die veel humus bevat is dan ook belangrijk. Humus houdt namelijk het water vast zonder dat de bodem zompig wordt. Je kan de hoeveelheid humus in je bodem verhogen door een flinke portie goed verteerde compost toe te voegen in het voorjaar.

Ziektes

Eén van dé klassieke ziekten bij Romeinse sla is rand. Hierbij gaan de randjes van de slabladen verdrogen en later kunnen de blaadjes beginnen rotten. Rand ontstaat door een te felle wisseling tussen nat en droog. Zorg daarom voor voldoende water!

Het andere grote probleem bij Romeinse Sla komt net door te véél water te geven. Wanneer de sla te lang te nat is, of er water in de krop komt, kan ze beginnen rotten. Geef daarom ‘s morgens water, zodat het overdag kan opdrogen en lucht de serre of koude bak dagelijks.

Plagen

De belangrijkste plaag voor Romeinse sla zijn slakken. Ze kunnen zich verstoppen tussen tuinafval en mulch. Mulch daarom nooit tussen je snijsla. Omdat slakken vaak ‘s nachts actief zijn kan je best ‘s morgens water geven in plaats van ‘s avonds. Op die manier is de grond al wat droger wanneer de slakken actief worden. Je kan tegelijkertijd ook slakkenkorrels strooien of ze proberen te vangen met slakkenvallen.

Oogsten

Vroeger werden de bladeren Romeinse Sla zo’n 10 dagen voor het oogsten bijeen gebonden. Dit werd gedaan om meer van het lichte blad te krijgen. Vandaar dan ook de alternatieve naam ‘Bindsla’. Tegenwoordig wordt dit niet zo vaak meer gedaan.

Oogsten doe je door de krop bij de grond af te snijden. De buitenste bladeren zijn vaak niet zo lekker en worden weggehaald. Romeinse Sla is lekker in een slaatje, maar vaak wordt het ook gestoofd gegeten. Vervang er bijvoorbeeld andijvie mee in een recept. Romeinse sla is iets zachter van smaak, je gerecht zal dan ook in de smaak vallen bij mensen die niet zo verzot zijn op andijvie.

Bewaren

Romeinse sla bewaart niet zo heel lang. Eet hem bij voorkeur meteen op.

Zadenteelt

Wil je graag je eigen zaden van Romeinse sla kweken? Laat de planten dan wat langer staan. In het najaar groeit er dan een bloemstengel uit de krop. Deze kan best lang en fragiel zijn, dus biedt wat ondersteuning. Op de bloemstengel komen een hele hoop gele of witte bloemetjes te staan. Deze bloemen kunnen zichzelf bestuiven.

Als de bloemen bevrucht zijn worden ze vervangen door pluisjes, zoals bij een paardenbloem. Snij dan de stengels af en leg ze te drogen op een koele, droge ruimte. Als ze gedroogd zijn steek je de stengels in een plastic doosje en schud je er een aantal keren hard mee. Zo komt het zaad los van de stengel. Bewaar het zaad op een koele droge plaats.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *