Posted on Geef een reactie

Erwten – De Volledige Kweekgids

Erwten De Volledige Kweekgids

Erwten (Pisum Sativum) hebben een heel lange geschiedenis in onze contreien. Het zijn namelijk een van de eerste groenten die de mens kweekte toen hij overschakelde van jager-verzamelaar naar sedentaire landbouwer. Erwten worden voor het eerst beschreven door de oude Grieken in de derde eeuw voor Christus. Tot de ontdekkingsreizigers de aardappelen meebrachten uit de Nieuwe Wereld was het één van de meest geteelde groenten in de lage landen. De erwten werden echter gedroogd om ze langer te kunnen bewaren. Verse, zoete erwtjes waren een luxe enkel voorbehouden aan de adel. Toen in 1660 een mand met de eerste erwtjes van het jaar aan Lodewijk XIV werd gepresenteerd trommelde hij zelfs de fanfare op voor een plechtige intrede! Vandaag de dag is deze lekkernij ook niet voor iedereen beschikbaar. Verse erwten, rechtstreeks uit de moestuin zijn namelijk ongeëvenaard qua smaak en niet te vergelijken met de diepgevroren variant. Tijd dus om je eigen erwtjes te kweken in de moestuin!

Soorten Erwten

Erwten komen voor in veel verschillende varieteiten. Rondzadige en kreukzadige rassen, lage of hoge rassen, bloemen in verschillende kleuren, groene, gele en zelfs paarse peulen,… De keuzes zijn bijna eindeloos. Daarom was de erwt ook de favoriete groente van de Oostenrijkse pater Gregor Mendel. Hij kruiste naar hartenlust de verschillende rassen en legde zo de basis voor de genetica. Ook nu nog gebruiken wetenschappers de wetten van Mendel bij het kruisen en kweken van planten en dieren.

Erwten kweekgids Lage Doperwt Karina

Doperwten

Wanneer je aan erwten denkt denk je waarschijnlijk aan de doperwt. De peul van doperwten is veel te taai om te eten. Daarom haal je de jonge erwtjes uit peul om zo te eten. Dit noemen we doppen, vandaar doperwt. Is het in de winkel niet duidelijk of je te maken hebt met een doperwt, kijk dan eens naar de Latijnse naam. Die is Pisum sativum convar. medulllare of Pisum sativum convar. glaucospermum.

Erwten in de peul

Peultjes

Peultjes, peulerwten, sluimerwten of mangetout  hebben niet zo’n taaie peul als doperwten. Je kan ze dan ook in zijn geheel opeten, peul en al. Zorg er wel voor dat je ze op tijd oogst, want als je ze te lang laat hangen wordt ook dan de peul te dik. Je kan ze dan nog altijd als doperwt eten. De Latijnse benaming voor peultjes is Pisum sativum convar. axiphium var. macrocarpum

Sugar Snap

Sugar Snaps, suikererwten of vleeserwten zijn buitenbeentjes die zowat tussen doperwten en peultjes liggen. Deze plantjes krijgen hele dikke peulen met daarin grote, zoete erwten. Je kan ze met peul en al eten of doppen zoals de doperwt. De opbrengst van sugar snaps is steevast hoger en ook de oogstperiode is veel langer. Zoek voor de sugar snap naar de Latijnse naam Pisum sativum convar. axiphium var. saccharatum

Kapucijners of Grauwe Erwten

Kapucijners, velderwten, grauwe of vale erwten hebben een paarse peul met daarin bruine zaden. Ze worden op dezelfde manier gekweekt en gegeten als doperwten. Omdat ze heel groot kunnen worden moet je ze wel wat verder uit elkaar zaaien. Je kan de kapucijner in de winkel vinden onder de Latijnse naam Pisum sativum var. arvense.

Rassen

Erwten komen voor in allerlei verschillende rassen. Al die rassen hebben verschillende eigenschappen. Zo heb je lage en hoge erwten, gladde en gerimpelde erwten en veel verschillende kleuren.

Lage en Hoge erwten

Een van de eerste dingen waar je op moet letten wanneer je erwten koopt is of het om een laag of hoog ras gaat. Lage, ‘kortstro‘ of ‘stamerwten‘ worden niet zo groot als de hoge, ‘langstro‘ of stokerwten. Die laatste kunnen tot wel twee meter hoog worden, terwijl de lage rassen kleiner dan 120 cm (en soms zelfs maar 30 cm!) blijven. Je kan de lage van de hoge rassen onderscheiden wanneer er var. nanus in de beschrijving staat.

LaagHoog
Hebben geen of minder steun nodigOndersteunen met draad of gaas
Moeilijker te plukken, je moet steeds bukkenEenvoudig te plukken, boontjes zijn op ooghoogte
Kunnen gekweekt worden in potKan enkel in volle grond
Kan gemakkelijk beschermd worden tegen vogelsVogelnetten zijn moeilijk op te hangen
Lagere opbrengst per m²Hoge opbrengst per m²
Zijn vroeger rijpZijn later rijp

Gladde en Gerimpelde Erwten

Heel belangrijk voor de smaak is of je te maken hebt met gladde of gerimpelde erwten. Vooral bij doperwten is dit verschil heel belangrijk. De rondzadige erwten bevatten namelijk veel zetmeel en hebben de typische doperwtensmaak. Gekreuktzadige of schokkers hebben dan weer meer suikers waardoor ze veel zoeter zijn.

GladGerimpeld
Veel zetmeelVeel suikers
Typische doperwtensmaak Zoet met minder erwtensmaak
Kunnen het vroegst gezaaid wordenWorden later gezaaid
Worden snel meligWorden minder snel melig

Standplaats

Wanneer je een plaats kiest voor je erwten moet je vooral rekening houden met voldoende zonlicht en vruchtwisseling.

Zonlicht & Water

Erwten hebben veel zonlicht nodig. Kies een plekje dat niet in de schaduw staat. Ook qua water is de erwt heel kieskeurig. Te nat en de erwt krijgt last van schimmels. Te droog en de erwten groeien niet goed. Geef dus wat meer water als je een zandgrond hebt, en wat minder bij een zwaardere leem- of kleigrond.

Bodem & Vruchtwisseling

Peulvruchten zoals de erwt hechten niet veel belang aan de bodem waarin ze gekweekt worden. Meer nog, ze leggen extra stikstof vast in de bodem. Zo krijg je na het kweken van peulvruchten een rijkere grond. Wanneer je een lichte zandgrond hebt kan je wel wat goed verteerde compost toevoegen. Zwaardere grond kan eventueel gebruik maken van een beetje extra kalium. Erwten groeien best op een licht zure grond met een pH van 6-7.

Wat betreft de vruchtwisseling is de erwt wel heel selectief. Uiteraard komt dit plantje steeds bij de peulvruchten te staan. Wacht minstens zes jaar tot je op hetzelfde perceel terug erwten zaait. Doe je dat niet dan kan je last krijgen van aaltjes, en die zijn ontzettend moeilijk weg te krijgen.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Nateelt

Als je de erwten voorzaait zijn ze vaak nogal vroeg in het jaar klaar voor de oogst. Je kan dan een nateelt doen. Dat houdt in dat je nadat je de erwten geoogst hebt een andere groente zaait. Je kan bijvoorbeeld die andere heerlijke peulvrucht; prinsessenbonen zaaien. Ook pastinaak of wortel kunnen eventueel na de erwt gezaaid worden. Heb je echter niet op tijd gezaaid, dan kan je het jaar nog afsluiten met een groenbemester zoals rogge.

Zaaien & Planten

Neem je een kijkje op de zaaikalender dan merk je dat je erwten al heel vroeg kan voorzaaien. Erwten kiemen namelijk al bij 1°C. Het jonge plantje kan temperaturen tot -5°C aan, maar zal pas groeien bij 5°C. Doperwten kan je dus al eind januari en februari voorzaaien onder glas en vanaf maart rechtstreeks in de grond. Peultjes zaai je rechtstreeks buiten in maart en april. Je kan voor het zaaien je erwtenzaad best een nachtje laten weken. Dit hoeft niet als de grond nog erg vochtig is.

Voorzaaien

Voorzaaien kan je steeds binnenshuis doen. In een serre of koude bak kan de dat doen vanaf eind januari. Onder een plastic tunnel moet je wachten tot eind februari. Je kan het beste in perspotjes of potjes zaaien, dat is gemakkelijk om later te verplanten.

Vul de potjes met een goede zaai- en stekgrond. Bevochtig de potjes maar één keer na het zaaien. Als de zaden te lang nat zitten kunnen ze rotten. Je mag terug gieten als de blaadjes bovenkomen of wanneer de potjes echt te droog worden.

In de loop van maart en begin april, als de plantjes minstens 5 centimeter boven de grond komen kan je ze verplanten. Zet de plantjes op een rij telkens 5 cm van elkaar. De rijen plaats je 60 cm van elkaar bij lage erwten. Hoge erwten, waar je een steun voor nodig hebt, plant je in dubbele rijen. Tussen de dubbele rijen laat je 60 cm en hier plaats je de gaas of draad. Tussen de dubbele rijen laat je wat meer ruimte, 1 à 1,5 meter. Zo krijgen alle planten voldoende licht. Je mag de plantjes best diep zetten, zodat ook nog een deel van de stengel onder de grond staat. Zo bescherm je de plantjes tegen de vrieskou.

Rechtstreeks buiten zaaien

Vanaf maart kan je meteen buiten zaaien. Is het weer niet te vochtig kan dat al begin maart. Bij vochtig weer of een hele zware grond wacht je best tot het einde van maart. In april kan je ook nog zaaien maar later beter niet. Zaai de erwten net zoals je de voorgezaaide erwten plant. Elke 5 cm een zaadje. Tussen de rijen 60 cm bij de stamerwten en 1 à 1,5 m tussen de dubbele rijen bij stokerwten. Je mag best diep zaaien. 2 cm bij een zware grond tot wel 5 cm bij een lichte grond. Let op na het zaaien, ook vogels zijn verzot op erwten en durven deze uit de grond te peuteren. Span daarom een net over je veldje of zet een vogelverschrikker.

In potten kweken

Heb je maar een beperkte ruimte dan kan je zeker ook in potten kweken. Kies dan wel echt voor een laag ras. Die hoef je meestal ook niet veel ondersteuning te geven, maar het kan helpen als je een kleine stok bij in de pot plaatst. De diameter van de pot is best 17 cm of groter en 20 cm diep of dieper. Voor erwten is het heel belangrijk dat de grond goed drainerend is, dus plaats wat potscherven of hydrokorrels onderaan je pot. Zorg ook voor een goede, luchtige potgrond.

Teelt

Ook na het planten en het zaaien moet je nog heel wat tijd steken om goed voor je planten te zorgen. Het belangrijkste is een goede steun. Eens dat in orde is heb je nog weinig werk en hoef je enkel nog af en toe te wieden.

Ondersteuning

Erwten hebben maar heel dunne, zwakke stengels. Hierdoor hebben ze wat extra ondersteuning nodig. Zeker de hoge, of stokerwten die meer dan 1,20 meter hoog worden moet je wat helpen. De kleinste lage erwten zijn vaak wel sterk genoeg. Zorg ervoor dat wanneer je een ondersteuning zet, je deze stevig genoeg maakt. De hoogste bomen erwten vangen namelijk veel wind.

De ondersteuning doe je het best met draad of gaas. Zet daarvoor een aantal palen stevig in de grond, zo’n 2 meter van elkaar. Vervolgens kan je aan de palen kippengaas of zogenaamde ursusdraad bevestigen. Je kan ook elke 10 cm een draad spannen. De erwten hebben hechtranken waarmee ze zich aan de draad of gaas vastklemmen. Je kan ze hierbij natuurlijk altijd helpen.

Op welke manier je de erwten ook ondersteunt. Het gemakkelijkste is om de steun aan te brengen voor je gaat zaaien of planten. Eens de plantjes er staan is het heel moeilijk om nog iets neer te poten zonder ze te beschadigen.

Een andere creatieve manier om je erwten te begeleiden is met behulp van een oud fietswiel. Zet het fietswiel boven op de paal en span draden tussen het wiel en de grond. Je kan de draden aan de grond bevestigen met haringen.

Onkruid

Onkruid kan echt een probleem zijn bij erwten. Ze kunnen namelijk niet het onkruid onderdrukken zoals andere gewassen (zoals pompoenen of aardappelen) dat doen. Door al de ondersteuning kan je bovendien niet goed aan het onkruid. Daarom wied je het onkruid een eerste keer als de plantjes nog heel klein zijn. Daarna mulch je meteen rond de planten. Dat kan je doen door bijvoorbeeld een laagje gazonmaaisel, wat hooi of stro of bladeren tussen de plantjes te strooien. Dat mag een vrij dikke laag zijn, minstens 5 cm. De mulchlaag zal het onkruid onderdrukken.

Water Geven

Als je een goede mulchlaag hebt hoef je nog maar heel weinig te gieten. Je kan wat meer gieten als je een zandbodem hebt of wanneer de erwten in bloei komen te staan.

Ziektes

Erwten hebben zelden last van zogenaamde gebreksziektes. Dat zijn ziektes die de plant oploopt omdat er te weinig van een bepaalde voedingsstof in de bodem aanwezig is. In aarde die eerder basisch is dan zuur kunnen ze wel last hebben van een mangaangebrek. Strooi daarom nooit kalk waar je erwten plant. Bij een tekort aan mangaan krijg je vergeling van de bladeren en krijgen de erwten donkere plekken.

Erwten kunnen wél last krijgen van schimmels. De beste manier om dit te voorkomen is het gebruik van een goede teeltwisseling. Zorg er daarnaast ook voor dat de bodem snel weer opdroogt. Dat kan je door rekening te houden met de afstand tussen de planten en voldoende te wieden. Je mag erwten ook zeker niet bemesten met stikstof. Peulvruchten kunnen namelijk zelf stikstof uit de lucht halen en planten die te veel stikstof hebben vallen nogal snel te prooi aan schimmels. Tenslotte kan je erwten best zo vroeg mogelijk zaaien. Sommige schimmels steken namelijk pas de kop op in de zomer.

Plagen

De belangrijkste plaag voor erwten zijn vogels. Vogels zijn verzot op erwten en durven niet alleen de erwtjes zelf maar ook de jongen plantjes uit de grond te trekken. Dit kan je nog voorkomen door voor te zaaien en voldoende grote plantjes uit te planten. De vogels zullen echter opnieuw op de erwten afkomen wanneer ze beginnen rijpen. Het enige wat hier echt helpt is het gebruik van vogelnetten. Dat is natuurlijk veel gemakkelijk op te stellen bij lage erwten dan bij hoge erwten.

Erwten kunnen ook last krijgen van insecten zoals de erwtenkever en de erwtenpeulboorder. De beste preventie tegen insecten is zo vroeg mogelijk zaaien. De insecten worden namelijk pas later op het jaar actief. Belangrijk is natuurlijk ook een goede vruchtwisseling.

Oogsten

De eerste, voorgezaaide, erwten zijn rijp vanaf einde mei. Voor erwten die je rechtstreeks gezaaid hebt moet je wachten tot juli om te oogsten. De erwten beneden aan de plant zullen eerder rijp zijn dan die vanboven aan de plant. Je gaat dus zeker meerdere keren moeten (of eerder, mogen) oogsten. Het minimum is één keer per week.

Doperwten oogst je wanneer de peulen goed dik en gevuld zijn. Wees ook niet te laat met het plukken want de erwten worden snel melig. Vooral rondzadige rassen hebben dat probleem. Peultjes pluk je net wanneer de erwtjes nog heel klein zijn. Ze zijn dan nog heel mals.

Het is voor de beginnende moestuinier soms moeilijk te weten welke erwten wel al oogstklaar zijn en welke nog niet. Probeer daarom al eens één of twee peultjes en kijk of deze al klaar zijn. Oogsten kan je doen door gewoon de peulen van de plant te trekken. Peultjes en sugarsnaps kunnen dan zo de kookpot in, doperwtjes moeten eerst gedopt worden.

Bewaren

Je kan erwten niet lang bewaren. Eens ze geoogst zijn blijven ze in de koelkast slechts 3 à 4 dagen lekker. Ze verliezen namelijk snel hun vocht en suikers. Daarom moet je erwten zo snel mogelijk verwerken. Doperwten zijn heel erg lekker zo, vers uit de peul. Maar een lekkere erwtensoep of erwtjes met wortel gaat er natuurlijk ook altijd in. Peultjes zijn ideaal in een curry of wokgerecht.

Zadenteelt

Wil je graag je eigen zaden kweken om volgend jaar te zaaien? Oogst de erwten dan niet maar wacht tot ze helemaal geel zijn. Trek dan de planten volledig uit de grond en hang ze te drogen op een koele plaats. In de winter kan je de erwten dan uit de peulen halen om volgend jaar weer te zaaien. Bewaar de zaden op een koele en droge plek. Ze bewaren minstens 2 jaar.

Erwten die last hebben gehad van de erwtenpeulboorder kan je niet meer opnieuw zaaien. Om de aangetaste erwten te onderscheiden van de gezonde kan je ze voor het zaaien in water weken. De erwten die blijven drijven zijn uitgevreten door de larve van dit motje en kan je weggooien.

Als je zelf zaden wil telen moet je rekening houden met kruisingen. Het zaad zal namelijk de eigenschappen krijgen van de moeder- en de vaderplant en niet enkel van de moederplant waar je het zaad van hebt geoogst. Omdat erwten meestal zelfbestuivend zijn is dat echter niet zo’n probleem. Om de genetische diversiteit hoog te houden kan je wel best van minstens 5 planten zaad oogsten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *