Geplaatst op Geef een reactie

Kervel – De Volledige Kweekgids

Kervel de volledige kweekgids

Kervel (Anthriscus cerefolium) is een delicaat kruid en belangrijk onderdeel van de Franse ‘fines herbes‘. Het kruid groeide oorspronkelijk in de Kaukasus, maar is door de oude Romeinen in heel Europa verspreid. In de keuken heeft kervel vaak een ondersteunende rol, maar in het klassieke kervelsoep kan het zijn eigen rol spelen.

Soorten Kervel

Wanneer we over Kervel spreken bedoelen we doorgaans de bladgroente ‘Echte Kervel’of Anthriscus cerefolium. Maar er bestaan ook anderen met een gelijkaardige naam. Zo is er de knolkervel of Chaerophyllum bulbosum, waarvan we zoals de naam het zegt de knol eten, en de ‘Roomse Kervel’ of Myrrhis odorata, die in tegenstelling tot echte kervel een meerjarige plant is.

Kervel fijne krul

Echte Kervel

Echte kervel is de bladgroente zoals we hem kennen. Wanneer we over kervel spreken hebben we het doorgaans over de echte kervel. Van deze plant wordt vooral het blad gegeten als kruid, al worden de stengels ook wel eens gebruikt in bouillon.

Kervel bestaat in 2 types, de gewone en de gekrulde. Belangrijkste verschil is dat, u raadt het al, de gekrulde kervel gekrulde blaadjes heeft.

In deze kweekgids ga ik het hebben over deze plant.

Knolkervel

Knolkervel (Chaerophyllum bulbosum) is een plant uit dezelfde biologische familie als de kervel. Officieel staat hij eigenlijk bekend als knolribzaad. Belangrijk verschil is dat van deze plant de knollen worden gegeten.

De knol is vrij voedzaam maar moet eerst gekookt worden voor hij gegeten kan worden. De blaadjes worden niet gegeten en zijn zelfs giftig.

In deze kweekgids ga ik het niet hebben over de knolkervel.

Roomse Kervel

Nog een andere plant binnen dezelfde biologische familie is de Roomse Kervel (Myrrhis odorata). De smaak van roomse kervel is wat vergelijkbaar met die van echte kervel, maar is wat zoeter.

Belangrijk verschil hier is dat roomse kervel een doorlevende plant is. Je kan dus jaar na jaar oogsten van dezelfde plant.

In deze kweekgids heb ik het niet over roomse kervel.

Standplaats van Kervel

Kervel groeit vrij snel op een beperkte oppervlakte. Het is daarom niet zo heel belangrijk waar ze staat, maar op een aantal dingen letten kan helpen.

Zonlicht en Water

Kervel heeft niet veel zonlicht nodig en zal ook in de (half)schaduw groeien. Zaai je in koudere periodes dan is wat meer zon fijn voor het plantje. In de zomer zal de warmte van de zon de plant net in bloei doen komen staan. Bij het bloeien gaat alle smaak verloren, en dat is jammer.

Vooral tijdens het kiemen hebben de kervelzaadjes veel vocht nodig. Eenmaal de plantjes er staan vragen ze niet bijzonder veel water.

Bodem en Vruchtwisseling

Net zoals bij veel andere groenten is de ideale bodem er een die luchtig is, humusrijk en goed watervasthoudend is. Dat is voor kervel niet anders. Bemesting is hier niet nodig. Eventueel kan je na de eerste oogstbeurt wat verteerde compost bijgeven om je te verzekeren van een tweede en derde oogst.

Om je bodem gezond te houden kan je best het systeem van wisselteelt met de zeven percelen toepassen. Of je kervel nu klasseert onder de bladgroenten of de kruiden, beide types krijgen hetzelfde perceel in dit systeem. Toch is het niet heel belangrijk dat je hem op dit perceel plaatst. Kervel groeit namelijk heel snel met een korte periode tussen zaaien en oogsten. De kans dat je hiermee een bodemziekte (zoals bijvoorbeeld aaltjes) oploopt is vrij klein. Kervel is wel een schermbloemige zoals wortel en venkel, dus misschien zet je ze best niet bij de aardappelen of de vruchtgewassen, waar vorig of volgend jaar deze groenten staan.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Voor- en nateelt

Voor- en nateelt zijn gevorderde teeltwijzen waarbij je een groente zaait en oogst op een stukje grond voor of na de ‘hoofdteelt’. Deze technieken zijn niet heel makkelijk omdat je goed moet kunnen inschatten wanneer een groente ongeveer klaar gaat zijn om te oogsten.

Omdat de kweektijd van kervel zo kort is (6-8 weken), is het een uitstekende groente om met deze technieken te experimenteren. Vooral een nateelt is interessant omdat je nog tot halverwege september kan zaaien, het moment waarop veel groenten geoogst worden.

Kervel Zaaien

Kervel kan je bijna het hele jaar door zaaien.Van half februari tot half maart en van half september tot eind oktober kan je zaaien onder glas. Zaaien in volle grond kan van maart tot half september. Zaai elke paar weken een beetje, in plaats van één keer heel veel. Dit plantje bewaart niet lang en zo heb je steeds verse kervel ter beschikking in je keuken.

Omdat kervel niet zo goed te verplanten valt zaai je steeds rechtstreeks op de plaats waar je wil oogsten. Je kan zowel breedwerpig zaaien als op rijtjes zaaien. Zaai je breedwerpig dan strooi je de zaadjes uit op het stukje grond waar je kervel wil. Afhankelijk van het ras zaai je 5 tot 7 gram per vierkante meter. Het zaad hark je vervolgens goed de bodem in en daarna druk je aan. Kervel moet namelijk volledig in het donker zijn om goed te kunnen kiemen. Zaai je op rijtjes dan zaai je een zaadje elke 2 centimeter op rijtjes 10 centimeter van elkaar. Zaai ook hier de zaadjes diep, 0,5 tot 1 cm diep is de ideale zaaidiepte. Na het zaaien kan je de bodem eventueel nog afdekken met bijvoorbeeld doeken. Dit houdt de zaden in het donker en de bodem vochtig.

Van het zaaien tot het kiemen geef je best ruim water. Kervel heeft veel water nodig om te kiemen. De kiemduur is vrij lang en kan bijna 3 weken duren.

In potjes zaaien

Kervel kan je ook makkelijk in potjes of bakken zaaien. Gebruik potjes van 10 centimeter diep en zaai ook hier 0,5-1 cm diep. Zorg dat de potjes goed waterdoorlatend zijn, want de eerste weken ga je veel water moeten geven. De potjes hoeven niet aan het raam te staan zolang ze niet gekiemd zijn.

Teeltzorgen

Kervel groeit vrij snel en heeft daarom niet veel verzorging nodig. Eenmaal hij gezaaid is, heb je er niet zo heel veel werk meer aan.

Water geven

Extra water geven na het kiemen doe je voornamelijk na het oogsten of tijdens droge periodes. Vaak is het water van de regen echter voldoende en hoef je niet veel extra water te geven.

Bemesting

Extra bemesting is voor kervel meestal niet nodig. Je kan na de eerste oogstbeurt wel wat goed verteerde compost toevoegen. Zo kan je nog een tweede keer of misschien zelfs derde keer oogsten van de kervel.

Bescherming tegen de koude: mulchen

Als je na augustus in volle grond zaait kan je ook proberen om kervel te laten overwinteren. Dan kan je in maart en april al opnieuw oogsten. Kervel kan wel wat vorst doorstaan, maar ter bescherming voor heel koude nachten beschut je ze best toch een beetje. Dat kan bijvoorbeeld met een bedje van hooi of stro of andere mulch. In de winter gaat de kervel niet meer groeien, maar van zodra het weer wat warmer word zal hij weer vertrekken.

Kervel Oogsten

Anderhalve maand na het zaaien is de kervel 10 tot 15 centimeter hoog en kan hij voor een eerste keer geoogst worden. Dat doe je door met een scherp mes of schaar de plant3 centimeter boven de grond af te snijden. Geef daarna zeker voldoende water.

Kervel zal na het oogsten gewoon verder groeien en je kan zo soms nog een tweede of zelfs derde keer kunnen oogsten. Het oogsten is gedaan van zodra de plant in bloei komt. De plant steekt al zijn energie dan in zijn bloemen en de blaadjes verliezen hun smaak. Je kan het ‘schieten’ uitstellen door de kervel op een koel plekje te zaaien en voldoende water te geven.

Kervel Bewaren

Kervel bewaart heel slecht. Een drietal dagen in de koelkast is het maximum. Eventueel kan je proberen invriezen maar vers is hij toch het lekkerst. Om steeds een verse voorraad kervel te hebben is het dan ook beter om elke paar weken een beetje te zaaien dan één keer heel veel.

Zaaddteelt van Kervel

Wil je graag kervel kweken van zelfgeteeld zaad dan kan je dat vrij eenvoudig doen.

Zaai de kervel in augustus op rijtjes. Deze planten laat je overwinteren. Planten die al te vroeg in zaad komen of die slecht tegen de vorst bestand waren verwijder je van het plantbed. In de vroege lente dun je de zwakste planten nog verder uit zodat de plantjes 10 tot 15 centimeter van elkaar staan.

De stengels kunnen vrij hoog worden tijdens de zadenteelt. Om te voorkomen dat ze bezwijken onder het gewicht van de zaden kan je ze best wat ondersteunen met bamboestokjes of rijshout. De zaadstengels oogst je zodra ze zwart kleuren en hang je vervolgens te drogen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *