Geplaatst op 9 Reacties

Een Moestuinplan Opstellen – In 3 stappen naar een gezonde en vruchtbare moestuin

Moestuinplan en Vruchtwisseling

Of je nu een doorgewinterde moestuinexpert of een absoluut groentje bent, een teelt- of moestuinplan is onontbeerlijk om optimaal van je moestuin te genieten. Met je moestuinplan in de hand zorg je er voor dat je bodem gezond blijft en dat je een zo groot mogelijke oogst hebt. Ook wanneer je enkel in potten of bakken kweekt is een moestuinplan een absolute must. Je wil namelijk die beperkte plaats zo veel mogelijk laten renderen. Het teeltplan is net als je tuin een levend iets. Het staat niet zomaar vast, maar wordt steeds weer aangepast en zal samen met je tuin jaar na jaar moeten groeien.

Wat is een moestuinplan?

In je moestuinplan geef je aan wat je gaat zaaien, wanneer je gaat zaaien, en waar je gaat zaaien.

  • Wat je gaat zaaien kies je natuurlijk zelf. Een grote fan van pompoenen maar niet zo van boontjes? Of wil je die ene speciale wortel eens proberen? Kan allemaal. Houd wel rekening met de hoeveelheid plaats die je hebt.
  • Wanneer je zaait, dat kan je een beetje zelf kiezen, maar natuurlijk moet je luisteren naar de wetten van de natuur. Neem dus een goede zaaikalender bij de hand. Als gevorderde moestuinier kan je ook eens experimenteren met voor- en nateelten.
  • Waar je gaat zaaien is ook ontzettend belangrijk en wordt vaak over het hoofd gezien. Voor een gezonde, ecologische moestuin moet je namelijk rekening houden met vruchtwisseling en wisselteelt.

Het eerste waar ik steeds mee rekening houd is het waar. Ik verdeel mijn moestuin in 7 percelen die allemaal ongeveer even groot zijn. Waarom? Dat lees je hieronder.

Stap 1: Maak een plannetje van je moestuin en verdeel deze in 7 percelen

De 7 Percelen & Wisselteelt

Eén van de belangrijkste dingen om te bepalen waar je bepaalde groenten gaat zaaien, is de zogenaamde vruchtwisseling of wisselteelt. Wisselteelt betekent dat je op een bepaald stukje grond ieder jaar iets anders zaait. Op die manier duurt het even vooraleer een gewas terug op hetzelfde stukje grond terechtkomt. Dit wordt voornamelijk gedaan om ziektes te voorkomen en de bodem niet uit te putten. Bijvoorbeeld:

  • Zaai je meerdere jaren na elkaar kolen op hetzelfde stukje grond dat kan dat knolvoet opleveren. Eens je knolvoet in een perceel hebt kan je er acht jaar geen kolen meer zetten. Door kolen maar om de 6 jaar op hetzelfde stukje grond te zetten kan de knolvoet nooit zo sterk worden dat het je hele tuin overneemt.
  • Wortelgewassen vreten kalium. Als je dus jaar na jaar op hetzelfde stukje grond wortels kweekt zal de kalium in de bodem uitgeput raken. Door je aan wisselteelt te houden kan de bodem zich herstellen en heeft hij weer voldoende kalium voor de volgende keer dat we hier worteltjes zaaien.

Als je wisselteelt wil toepassen heb je minstens 6 en liefst 7 percelen nodig in je moestuin. Op elk perceel zetten we de groenten samen die van dezelfde hoeveelheid mest houden of dezelfde ziektes kunnen krijgen. Hoe groot een perceel is, dat bepaal je natuurlijk helemaal zelf, maar gemakshalve neem je elk perceel even groot. Op deze zeven percelen komen de volgende groenten:

  • Perceel 1: De peulvruchten: Dit zijn groenten zoals erwten, peultjes en boontjes. Zij brengen stikstof in de bodem.
  • Perceel 2: De kolen: De bloemkolen, rode en witte kolen behoren bij deze groep. Kolen zijn slokoppen en willen graag een rijke grond met veel stikstof. Technisch gezien zijn radijzen en ramenassen ook kolen, maar ze verdragen bemesting niet zo goed en daarom worden ze ook wel eens bij de wortels & knollen gezet.
  • Perceel 3: De bladgroenten: Op dit perceel komen groenten zoals spinazie, sla en prei. Ook eenjarige kruiden zoals basilicum of koriander kunnen hier hun plek vinden.
  • Perceel 4: De vruchtgewassen: Hier zet je groenten zoals pompoenen, courgettes, komkommers. en maïs. Ook tomaten, pepers, paprika’s, aubergines,… horen hier thuis, maar die zet je vaker in de kas en dus niet op een eigen perceeltje. Deze groep heeft graag een extra handje mest.
  • Perceel 5: Wortels & Knollen: Bijna alles waarvan je het ondergrondse eet mag hier gezet worden. Wortelen, pastinaak, bietjes, look, uien, schorseneren en ook venkels horen hier thuis.  Deze groep verdraagt niet veel mest, maar wat extra kalium hebben ze graag.
  • Perceel 6: Aardappelen: Dit spreekt voor zich.
  • Perceel 7: Vaste planten: De meerjarige planten die enkele jaren kunnen groeien horen hier thuis. Denk dan aan asperges, rabarber, artisjokken en vaste kruiden.

Jaarlijks veranderen we de percelen van plaats. Zo kan je wisselen tussen vruchtgewassen, bladgroenten, kolen, peulvruchten, aardappelen en wortels en knollen. Het zevende perceel is voor vaste planten zoals rabarber of asperge, waar je natuurlijk niet kan wisselen. Dit systeem is ideaal om ziektes te voorkomen, want je grond heeft na de kweek van kolen, erwten of uien ongeveer zes jaar nodig om terug op adem te komen.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Om het allemaal wat duidelijker te maken neem ik je even mee door het moestuinplan dat je hierboven ziet. We nemen perceel 1 en kijken wat er daar jaar na jaar gebeurt.

Jaar 1: Peulvruchten

Peulvruchten of ‘vlinderbloemigen’  leven in wisselwerking met kleine bacteriën op hun wortels. Die bacteriën hebben de opmerkelijke eigenschap dat ze stikstof vastzetten in de grond. Stikstof is een zeer belangrijk element voor de groei van de plant, en dan vooral de bladeren. Planten die veel bladeren maken (zoals kolen en bladgroenten) volgen dus graag de peulvruchten op in het moestuinplan.

Jaar 2: Kolen

Stikstof is de belangrijkste meststof voor kolen.  Het is dus logisch dat we de peulvruchten opvolgen met kolen in het tweede jaar. Voeg zeker nog een handje compost toe of wat ecologische meststof. Met de stikstof van de peulvruchten alleen ga je het niet trekken. Een andere reden om de kolen na de peulvruchten te zetten is omdat zij een goede bodemstructuur achterlaten. Peulvruchten, en dan vooral de erwt, zorgen voor een slechte bodemstructuur. Dat los je op door de peulvruchten te laten volgen door de kolen.

Jaar 3: Bladgroenten & Kruiden

De bladgroenten volgen de kolen op in ons moestuinplan. Ook zij hebben graag stikstof, dus wat extra compost of ecologische meststof wordt ook hier geapprecieerd.

Jaar 4: Vruchtgewassen

In het vierde jaar is het tijd voor de vruchtgewassen. Hieronder vallen onder andere tomaten en aubergines, en deze moeten minstens vier jaar na aardappelen gezaaid worden. Zo voorkom je dat de aardappelziekte overslaat op jouw tomaten en aubergines. Daarom zetten we deze groep zo ver mogelijk van de aardappelen in ons moestuinplan. 

Jaar 5: Wortels & Knollen

Nu is het de beurt aan de minst koolstofeisende planten, de wortels en knollen. Worteltjes, rode bieten en sjalotten zijn heel lekker en iedereen zou ze in zijn tuin moeten hebben, maar het zijn niet bepaald de beste gasten in je moestuin. Ze hebben een ongunstig effect op je bodemstructuur en onkruid kan er welig tussen tieren. Daarom kan je ze best opvolgen met…

Jaar 6: Aardappelen

De aardappelen die je in jaar zes plant wroeten diep, zo zorgen ze ervoor dat de bodem goed luchtig wordt. De brede bladeren zorgen er bovendien voor dat onkruid niet de kans krijgt om te groeien en dat de regen de bodem niet dichtslaat. Zo zorgen ze voor een goede bodemstructuur waardoor je in jaar zeven terug met peulvruchten aan de slag kan. En zo blijft deze cyclus zich herhalen.

Veelgestelde vraagjes:

Ik heb een balkontuin met potten, moet ik me dan ook aan vruchtwisseling houden?
Heb je enkel potten en bakken in je moestuin dan hoef je je niet per se aan de vruchtwisseling te houden. Je moet dan wel elk jaar in het voorjaar de grond in je potten en bakken vernieuwen. Daarom hoef je nog niet liters nieuwe potgrond te kopen. Haal gewoon de grond uit al je potten en bakken en gooi het op een hoop. Voeg ongeveer één derde aan compost toe en meng goed. Nu heb je grond die niet te onderscheiden valt van potgrond!

Hoe groot moet een perceel zijn?
Hoe groot de percelen zijn hangt volledig van jou af. Heb je een kleine tuintje dan zullen je percelen natuurlijk kleiner zijn dan bij een grote moestuin. Wel is het gemakkelijk dat al je percelen ongeveer even groot zijn. Zo zijn de wijzigingen jaar na jaar niet te groot.
Ik raad je wel aan om klein te beginnen. Is dit het eerste jaar dat je moestuiniert, maak dan elk perceel 1 m² groot. Dat is nog net behapbaar en kan bijvoorbeeld met de klassieke vierkantemeterbakken. Je kan dan later nog uitbreiden.
Maak je percelen ook niet breder dan 120 centimeter en voorzie een pad langs beide kanten van het perceeltje. Zo kan je vlot aan al je planten.

Kan ik ook meer of minder percelen opnemen in mijn moestuinplan?
Het perceel met de vaste groenten en kruiden kan je natuurlijk weglaten als je geen doorlevende planten hebt. Maar 6 is dan toch echt het minimum. Zeker de kolen, de uien en de erwten mogen maar elke 6 jaar op hetzelfde perceeltje, zij zijn heel gevoelig aan vruchtwisselingsziekten.
Je kan wel extra percelen opnemen in je tuin. Eet je heel veel ajuin of sjalot? Zorg dan voor een perceeltje met enkel ui en sjalot en een perceeltje met groenbemester en plaats die tussen je kolen en bladgroenten in het vruchtwisselingsschema.

Ik hou niet van aardappelen, peultjes,… Moeten die echt in mijn moestuin?
Natuurlijk hoef je niets te zetten dat je toch niet gaat eten, dat zou zonde zijn. Je mag echter niet de fout maken om dan maar een perceeltje minder te nemen of helemaal niets te zetten. Zoals gezegd zijn 6 percelen het absolute minimum. Een stukje grond dat braak ligt is echter ook niet goed. Onkruid tiert er welig en de regen ‘slaat de bodem dicht’. Zaai daarom een groenbemester zoals rogge of klaver. Die beschermt je bodem zolang hij braak ligt en verrijkt later de humuslaag van de bodem. Ook leuk om te zaaien is een veldbloemenmix. De nuttige insecten zullen je dankbaar zijn!

Ik kweek graag aardbeien. Waar zet ik die?
Aardbeien zijn vaste planten en kan je dan ook op het perceel van de vaste planten zetten. Ze zijn echter vaak na 2 jaar uitgeput en dan is het tijd voor nieuwe plantjes. Echt heel ‘vast’zijn ze dus niet Je kan dus beter 2 percelen ( omdat aardbeien 2 jaar staan) beschikbaar maken voor aardbeien. Aardappelen en aardbeien gaan niet goed samen. Zet deze 2 percelen dus tussen wortels en knollen en peulvruchten in je vruchtwisselingsschema.

Stap 2: Kies de groenten die je gaat zaaien en noteer deze op je moestuinplan

Wat Te Zaaien?

Wat je gaat zaaien kies je natuurlijk helemaal zelf. Maar je moet toch aan een aantal dingen denken.

Ben je een beginnend moestuinier, kies dan voor gemakkelijke groentjes. De volgende groenten en kruiden doen het goed in elke moestuin:

Heb je maar een kleine moestuin, ga dan voor kleinere groenten of kleine rassen. Groenten zoals pompoen en courgette hebben al snel 1 m² nodig. Je kan de plaats die ze innemen wel beperken door ze de hoogte in te leiden. Je kan ook een kleiner ras nemen, zoals de Jack Be Little pompoen. Heb je geen serre, waag je dan ook niet aan groenten die warm moeten staan zoals tomaten of aubergines. Je kan tomaten natuurlijk wel in open lucht kweken, maar dat is toch niet altijd zo simpel.

Hou ook altijd rekening met de oppervlakte die je ter beschikking hebt op elk perceel. Je kan de benodigde oppervlakte voor een bepaalde groente steeds terugvinden op de infofiches van zaden van De Tuindoos.

Zelf vind ik het handig om de groenten die ik kweek ook op te schrijven op mijn moestuinplan en de benodigde oppervlakte te markeren op het plannetje. Zo weet ik meteen hoeveel ruimte ik nog vrij heb.

Stap 3: Stel het tijdschema op van je moestuinplan

De Zaaikalender

Nu we het waar en het wat hebben gehad is het nu tijd voor het wanneer. Dat kan je terugvinden op een zaaikalender. Een zaaikalender geeft richtlijnen van wat je wanneer kan zaaien. Deze richtlijnen zijn niet in steen gebeiteld. Sommige rassen kunnen net wat beter tegen de koude, andere kunnen dan weer beter met een droge zomer overweg. Raadpleeg daarom ook altijd de infofiches die je bij de zaden van De Tuindoos vindt.

Ik heb voor jullie een zaaikalender gemaakt die je hieronder kan downloaden:

Je kan nu beslissen welke groenten je wanneer gaat zaaien. Probeer ook een schatting te maken van wanneer je ze gaat verplanten en wanneer je ze kan oogsten. Als beginner is dat niet altijd makkelijk en bovendien is dit afhankelijk van het weer. De infofiches bij de zaden van De Tuindoos kunnen je daar wel bij helpen. Deze momenten schrijf je nu bij op je moestuinplan.

Voor- en nateelt

De groenten staan enkel op je percelen van verplanten tot oogsten. Dit noemen we de ‘hoofdteelt‘. Er is gedurende het jaar nog tijd voor een ‘voorteelt‘ of een ‘nateelt’. Dat zijn groenten die je voor of na je hoofdteelt zet. Zo kan je na erwten, vroege bloemkool of vroege wortel nog een nateelt doen van veldsla spinazie of winterpostelein. Een groenbemester als phaccelia of rogge kan ook als nateelt. Deze groenten groeien nog snel genoeg of kunnen goed tegen de koude om tijdig geoogst te worden. Bij pompoenen, courgettes, rodekool of bonen kan je ook een voorteelt doen. Radijsjes, rode biet, warmoes of snijsla zijn ideaal als voorteelt.

Kijk eens op je moestuinplan. Zijn er perceeltjes waar de groenten in mei of juni al geoogst zijn? Hier is een nateelt mogelijk. Kijk op de zaaikalender welke groenten je dan nog kan zaaien. Zijn er perceeltjes waar de groenten pas in mei gezaaid worden? Hier kan je een voorteelt proberen.

Voor- en nateelten zijn technieken voor de iets gevorderde moestuinier. Experimenteer met verschillende voor- en nateelten en schrijf je bevindingen op in je moestuinplan. Haal deze notities volgend jaar weer boven wanneer je aan je nieuwe moestuinplan begint!

9 gedachten over “Een Moestuinplan Opstellen – In 3 stappen naar een gezonde en vruchtbare moestuin

  1. Ik heb één moestuinbak van 120 op 120 cm waar ik al de groenten die ik wil in zaai/plant. Achteraan is het klimrek dus daar zouden dan eigenlijk de grote klimmende planten komen. Vooraan staan de kleine plantjes zoals sla en radijsjes. Hoe kan ik rekening houden met de wisselteelt??

    1. Dag Hannelore,

      Als je enkel een moestuinbak hebt moet je niet zo veel inzitten met wisselteelt. Als je een ziekte krijgt in je moestuinbak kan je namelijk gemakkelijk de aarde vervangen met verse aarde. Mijn advies: Gebruik je moestuinbak zoals je nu al doet, als je na een paar jaar merkt dat je opbrengst achteruit gaat, vervang dan de aarde. Het beste doe je dat met potgrond, maar die kan je gemakkelijk zelf maken (zie ook dit artikel).

      Hopelijk helpt dit!
      Frederik

  2. Hallo,

    Ik begin dit jaar voor het eerst met een eigen moestuin. In totaal heb ik 9 vakken. In 1 vak komen de aardbeien voor twee of drie jaar te staan. Dus dit vak neem ik niet mee in de jaarlijkse wisseling. Nu hou ik nog 8 vakken over, waarvan ik er twee wil gebruiken voor aardappels. De wisselteelt met APKBVW wil ik zo goed mogelijk toepassen. Dan heb ik nog 1 vak over. Ik zat zelf te denken aan
    Vak 1 aardappel
    Vak 2 Wortels
    Vak 3 Vrucht
    vak 4 Blad
    vak 5 aardappels
    Vak 6 Blad
    Vak 7 Kool
    Vak 8 Peul

    Nu vraag ik mij af if dit een goede opzet is. En mijn tweede vraag is, wat kan ik het beste na de aardappels laten groeien ?
    Ik hoop dat jullie mij verder op weg kunnen helpen.
    M.v.g.
    RinaB.

    1. Dag Rina,

      Goed dat je de wisselteelt gaat toepassen! Zoals je het nu voorstelt volgen bladgroenten 2 jaar later weer op bladgroenten. Ik zou deze wat verder uiteen proberen zetten. Het grote voordeel van bladgroenten is dat ze eigenlijk overal in het schema wel passen. Ik heb jouw schema een beetje aangepast en stel het volgende voor:
      Vak 1 aardappel
      Vak 2 Wortels
      Vak 3 Vrucht
      vak 4 Blad
      vak 5 aardappels
      Vak 6 Kool
      Vak 7 Peul
      Vak 8 Blad/kruiden

      Eventueel zou je in plaats van één van de vakken van bladgroenten dit kunnen wijzigen in een vak voor kruiden of een vak waar je uien en sjalot zet (deze hebben net iets andere voedingsbehoeften dan wortels dus worden vaak ook gescheiden geteeld). Nog een mogelijkheid is om dit vak te gebruiken voor groenbemester. Zo verbeter je je bodem.
      Aardappelen hebben ook een groot voordeel, ze laten namelijk een uitstekende bodem na. Aardappels laten volgen door peulen wordt vaak gedaan, omdat peulen hier echt van profiteren, maar ook andere groenten kunnen perfect na aardappel. Let wel op voor vruchtgewassen. Groenten zoals tomaten en aubergine zijn nauw verwant met de aardappel en dus niet geschikt om aardappelen op te volgen. Courgette, pompoen of maïs zijn geen probleem.

      Hopelijk helpt dit! Stel me gerust vragen.
      Frederik

      1. Hallo Frederik,

        Super bedankt voor je adviezen. Ik snap wat je bedoelt, en heb mijn schema aangepast. Ik zie nu dat ik mijn vraag over wat ik het beste na aardappels kan laten groeien niet goed heb geformuleerd. Ik bedoelde eigenlijk te vragen, wat kan ik bij deze vakkenindeling het beste als nateelt kan toepassen in de vakken van de aardappels. Daarbij wil ik graag 1 vak voor vroege en 1 vak voor late aardappels gebruiken. Misschien dat je hiermee nog kan verder helpen?
        Alvast hartelijk bedankt.

        1. Dat had ik niet helemaal goed begrepen dan 🙂
          Goede nateelten voor vroege aardappel zijn winterprei, veldsla en late kolen. Ik zou dan ook van vak 1 het vak voor de vroege aardappel maken. Dit is het meest van de kolen verwijderd (en voor kolen is vruchtwisseling toch wel cruciaal). Goede voorteelten voor late aardappelen zijn radijsjes of vroege erwtjes en peultjes.
          Hopelijk heb ik hiermee je vraag wel goed beantwoord.
          Frederik

          1. Super, heel erg bedankt voor je feedback en je advies.

  3. Hallo Frederik,

    Ik heb dit jaar voor het eerst een volkstuin, er gaat een wereld voor me open,
    Wij willen graag wisselteelt toepassen maar dat valt nog niet mee, wat een gepuzzel, van het ene wil je ook meer dan het andere, het komt nooit echt uit.
    Mijn vraag gaat over de voor en na teelt.
    Als je er twee, soorten opzet betekend dat dan dat je dat stukje de komende jaren voor allebei soorten niet meer mag gebruiken?

    1. Dag Adri,

      Volkstuinen zijn geweldig!
      Wisselteelt is in het begin inderdaad een beetje puzzelen, maar eenmaal je je 7 percelen hebt gaat het heel wat beter.
      Wat betreft voor-, hoofd- en nateelt. De hoofdteelt mag je het jaar nadien zeker niet meer herhalen. Dat is niet zo goed voor je moestuin. Om de voor- en nateelt te herhalen is meestal geen groot probleem. Deze groenten staan doorgaans maar even op het perceel en trekken bijgevolg niet al te veel ziekten aan. Meer dan 2 jaar zou ik het zelf wel niet herhalen.

      Hopelijk helpt dit.

      Frederik

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *