Geplaatst op Geef een reactie

Ajuin en Sjalot – De Volledige Kweekgids

Ajuin en sjalot de volledige kweekgids omslagfoto

Ajuinen (Allium cepa), of uien, en hun kleine neefjes, de sjalot zijn de echte smaakmakers in de keuken. Zowel gebakken, geroosterd, gefrituurd als gekookt vormen ze de basis van vele gerechten. Je hebt uien in verschillende kleuren en smaken. Ze zijn ook helemaal niet moeilijk om zelf te kweken in de tuin, je kan ze zowel zaaien als planten. Voor ieder wat wils dus. Lees er alles over in deze kweekgids!

Soorten Ajuin en Sjalot

Uien vind je doorgaans in 3 verschillende kleuren. Er zijn de klassieke witte, gele en rode ajuinen. Elke kleur heeft zijn eigen smaak en wordt dan ook in verschillende bereidingen gebruikt.

Gele ajuin

Gele Ajuin

De gele ajuin is het meest voorkomende ajuinenras en is de ajuin die je kent van de winkel. Deze ajuin heeft een bol met een bruin-gelige, perkamentachge schil.

Gele ajuinen zijn licht zoet en geschikt voor zeer veel bereidingen. Als in een gerecht niet gespecificeerd wordt welk type ajuin je nodig hebt, dan zijn het vast de klassieke gele ajuin.

Witte ajuin

Witte Ajuin

Witte ajuinen hebben een volledig witte schil, bijna zoals look. Deze ajuin is iets fletser van smaak dan de gele ajuin. Hij wordt vaak gebruikt in de Mexicaanse keuken, maar past ook in andere gerechten. Door zijn milde smaak wordt hij vaak gebruikt in koude gerechten.

ui Red Baron

Rode Ajuin

Rode Ajuin heeft een rood-bruine schil en is iets kleiner dan de gele en witte ajuin. Deze ajuin heeft de mildste en zoetste smaak. Deze ajuin is dan ook ideaal om rauw te eten, zoals in een slaatje of op een broodje.

Sjalotten

Sjalot

Hoewel je duidelijk een verschil ziet tussen sjalot en ajuin behoren ze wel degelijk tot dezelfde soort. Soms worden sjalotten nog wel eens (verkeerd) ingedeeld als Allium ascalonicum, maar eigenlijk zijn het net zoals andere ajuinen Allium cepa. Soms worden ze geklasseerd als Allium cepa var. aggregatum, om duidelijk te maken dat het toch een ander ras betreft. Want natuurlijk zijn er duidelijke verschillen. Ze zijn iets kleiner en smaller, maar ook fijner van smaak. Sjalot is erg geschikt om rauw te eten en vind je dan ook vaak in vinaigrettes of andere sauzen.

Bij het kweken van sjalotten met plantsjalotten is het ook zo dat elke plantsjalot meerdere bollen zal opleveren, terwijl een ui enkel groter wordt.

Een bosje Stengelui Parade

Stengelui en Bosui

Kweek je de uien eerder voor het loof en niet zozeer voor het knol, dan maak je vast gebruik van lente-ui, stengelui of bosui. We behandelen deze niet in deze kweekgids, maar zij krijgen binnenkort hun eigen kweekgids.

Onze Ajuinen en Sjalotten

Standplaats

Uien en sjalotten kunnen beiden op alle gronden gekweekt worden, hoewel ze een zware bodem verkiezen. De bodem mag ook absoluut niet bemest zijn. Ook moet je goed rekening houden met de vruchtwisseling, respecteer zeker het teeltschema.

Zonlicht en Water

Zowel ajuinen als sjalotten verkiezen volle zon, hoewel sjalotten ook in de halfschaduw geteeld kunnen worden. Deze groenten groeien nogal laag bij de grond. Let dan ook goed op dat ze niet in de schaduw van andere planten staan!

Een goede bodem is vooral belangrijk voor de waterhuishouding van de ui. Uien en sjalotten maken geen diepe wortels en kunnen dus ook niet diep water gaan zoeken. Ze moeten dus vaak water krijgen. Tegelijkertijd mogen ze nooit te vochtig komen te staan, dan gaan de bollen rotten. Een bodem met veel humus is dan ook zeer belangrijk. Dit is iets dat je doorheen de jaren opbouwt als je elk jaar goede compost aan de bodem toevoegt.

Bodem en Vruchtwisseling

Uien en sjalotten doen het goed in elke soort bodem, maar vooral in zware grond. Op lichtere grond kan het natuurlijk ook, maar kies dan voor plantui in plaats van zaaiui.

Het plantbed waar je de uien zet mag ook echt geen bemesting gehad hebben het afgelopen jaar. Te veel mest zorgt vooral voor de groei van het loof, en niet zozeer van de bol. Bovendien zijn de planten dan kwetsbaarder voor de uienvlieg. De voedingsstoffen die nog in de bodem zitten zijn voldoende voor de ui. Eventueel kan je wat extra kalium geven, daar groeien wortels en knollen zeer goed van.

Uien en sjalotten zijn heel gevoelig voor een aantal vruchtwisselingsziekten, ziekten die opduiken als je de vruchtwisseling niet respecteert. Vooral aaltjes, schimmels en de preivlieg en preimot zijn echte problemen die je oogst kunnen vernielen. Zorg er daarom voor dat er minstens 6 jaar zit tussen twee uienteelten. Ook andere groenten van het allium geslacht mogen de afgelopen 6 jaar niet op dit perceel hebben gestaan. Denk dan aan look en prei. Zet omwille van aaltjes ook geen uien of sjalot na wortels of aardappelen.

Omwille van de mestbehoefte en de strenge vruchtwisselingseisen zet je de ajuin en sjalot dan ook tussen de ander wortelgewassen. Deze groep groenten hebben allemaal weinig behoefte aan mest, met uitzondering van kalium. Bovendien zou de geur van wortels de uienvlieg op een dwaalspoor brengen.

Meer over de wisselteelt met de 7 percelen kan je lezen in het artikel over het moestuinplan.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Uien Zaaien en Planten

Er zijn zeer veel verschillende manieren om uien en sjalotten te kweken. In dit artikel behandel ik enkel de teelt met het rechstreekse zaaien en de teelt met de plantui. Je kan ook zelf je eigen plantui kweken, maar die teelt (die maar liefst 2 jaar duurt!) neem ik hier voorlopig niet op.

Ajuin en Sjalot rechtstreeks zaaien

Op de zaaikalender kan je lezen dat ajuin en sjalot die je zaait gezaaid kan worden van maart tot april. Je kan zaaien vanaf ongeveer halverwege maart tot halverwege april.

Zaai de zaadjes op rijtjes die 25 cm uit elkaar liggen. Je mag ongeveer elke 2 centimeter een zaadje leggen. Wanneer de uien zijn gekiemd, dun je uit en laat je enkel de sterkste plantjes staan. Elke 5-10 cm (afhankelijk van het ras) een ajuin is ideaal. Wees heel voorzichtig wanneer je de jonge plantjes uitdunt. Let op dat je de andere plantjes daarbij niet beschadigt.

Het zaaien kan soms wel wat moeilijk zijn omdat de zaadjes zo fijn zijn. Bevochtig daarom de bodem licht voor je zaait, zo vliegen de zaadjes minder snel weg. De grond goed aandrukken na het zaaien is ook heel belangrijk.

Ajuin en Sjalot Planten

Werken met plantui en -sjalot is veruit de makkelijkst manier van telen. Het nadeel van de plantui is dat zij iets minder lang bewaren na het oogsten. Plantui en -sjalot zijn wel sneller oogstklaar dan zaaiui en -sjalot.

De plantuitjes van de winkel plant je op rijtjes die 25 cm van elkaar liggen. Tussen elke bol mag je een afstand van 10 centimeter laten. De bollen mag je zo diep steken dat het puntje net boven de grond komt kijken. Op zandgrond mogen ze zelfs nog wat dieper gestoken worden. Plant nooit ajuin die al begint te kiemen, deze zijn erg gevoelig voor schimmels.

Hoewel sjalotten kleiner zijn zet je ze toch wat verder uit elkaar. Rijtjes mogen 30 cm van elkaar en binnen een rij mag er 15 tot 20 cm afstand zitten. Dit komt omdat in tegenstelling tot plantui, plantsjalot niet gewoon groter wordt. Plantsjalot heeft vaak al dezelfde grootte als de uiteindelijke oogst, maar gaat klusters vormen van meerdere sjalotten.

Teeltzorgen

Uien en sjalotten vragen weinig zorgen. Belangrijk is vooral dat je het onkruid en de verschillende plagen te snel af bent.

Onkruid

Het loof van ajuin en sjalot is vrij smal en groeit recht omhoog. Het werpt dus niet veel schaduw op. Daardoor kan het ook geen onkruid onderdrukken. Het is daarom heel belangrijk dat je geregeld wiedt tussen de bollen. Doe je dat niet dan kan het onkruid de uien gaan overwoekeren.

Let goed op bij het wieden, want je beschadigt sowieso ook een aantal ajuinen. Door die beschadiging komen er bepaalde geurstoffen vrij waar de uienvlieg op afkomt. Schoffel dus op winderige dagen, zodat de geurstoffen vervliegen.

Om niet te vaak te moeten wieden kan je er ook voor kiezen om te mulchen. Bij mulchen breng je een laag organisch materiaal aan op de bodem. Dat kan hooi of stro zijn, bladeren, gazonmaaisels en zelfs karton. Een dikke mulchlaag onderdrukt het onkruid, maar zorgt er ook voor dat de bodem minder snel uitdroogt. Wacht wel tot de bodem warm genoeg is om te mulchen, anders warmt hij niet snel genoeg verder op.

Water geven

Omdat ze maar een heel oppervlakkig wortelsysteem hebben, mogen ajuinen en sjalotten nooit droog komen te staan. Tegelijkertijd mag het water nooit blijven staan, een zompige grond is absoluut uit den boze! Geef dus liever dagelijks een beetje water dan 1x per week zeer veel. Mulchen helpt ook hier bij de waterhuishouding van de bodem.

Ziektes

Als je alle regels van de wisselteelt respecteert ga je niet snel last hebben van ziektes. De meest voorkomende ziektes zijn schimmels en aaltjes. Eenmaal je deze ziektes hebt is het moeilijk om het gewas nog te redden. Let daarom op volgende zaken:

  • Respecteer de regels van de wisselteelt, laat steeds 6 jaar tussen 2 teelten van uien, sjalotten en andere alliums (look en prei)
  • Plant nooit plantui of -sjalot die al beschimmeld of gekiemd is.
  • Zorg dat de uien en sjalotten nooit te nat komen te staan.
  • Haal al het onkruid weg. Dit zorgt voor een betere luchtcirculatie, zo droogt de bodem bij nat weer sneller op en voorkom je schimmels. Om dezelfde reden dun je tijdig uit.
  • Voorkom insecten. Zij beschadigen de bladeren of de knollen. Zo kunnen schimmels sneller toeslaan.

Heb je planten die er heel dof uitzien met gele punten aan het blad, dan hebben ze waarschijnlijk last van een tekort aan kalium. Geef de wortels en knollen dan ook wat extra kalium.

Plagen

Vele vliegen leggen graag hun uitjes in of naast de uien. Wanneer de maden uitkomen vreten zij zich vol met de ajuin. De bollen zijn daardoor veel vatbaarder voor schimmels en sterven af.

Hetzelfde gebeurt met de rupsen van de preimot. Ondanks hun naam vreten deze beestjes toch ook heel graag van de ajuinknollen.

Bij beide insecten geldt: voorkomen is beter dan genezen. Als je deze drie regels volgt maak je veel minder kans op insectenplagen:

  1. Plant de ajuin en sjalot op een plekje met veel wind en regen. De vliegen en mot leggen hun eitjes liever ergens beschut.
  2. Ruim plantenresten in de tuin op. Dit trekt niet alleen slakken aan, maar zijn ook perfecte plaatsen voor de vliegen om te overleven.
  3. De beste manier om de vliegen en mot te voorkomen is door het plaatsen van een fijn insectengaas. Zorg dat de mazen van het gaas 0,8 millimeter of kleiner zijn.

Ajuin en Sjalot Oogsten

Gedurende de zomer begint het loof van de ajuien en sjalot langzaam te verdorren en valt het om. Dit is het teken dat het tijd wordt om te oogsten.

De oogstperiodes voor zaaiui, plantui, zaaisjalot en plantsjalot lopen uiteraard ver uit elkaar. Maar bij allen is er één gulden regel: oogst wanneer twee derde van het loof afgestorven is. Oogst niet wanneer het eerste loof al omvalt, want de knollen kunnen dan nog groeien. Wacht ook niet tot al het loof is afgestorven, want dan krijg je uien die minder goed bewaren.

Bij nat weer kan je best wat vroeger oogsten, dan ben je eventuele schimmelinfecties voor. Let ook goed op dat je de knollen niet beschadigt bij het oogsten, ook dit leidt tot schimmelinfecties.

Bewaren

Leg de geoogste ajuinen en sjalotten verspreid te drogen op een koele droge plaats. Zorg ervoor dat er hier goede ventilatie is. Na ongeveer een week zijn de uien goed gedroogd en kan je ze langer bewaren. Je kan nu ook het overtollige loof er afhalen.

Laat je het loof er nog aan, dan kan je dat gebruiken om ze aan elkaar te vlechten. Dit is een leuke en efficiënte manier om je uien lang te bewaren. Je kan dit ook doen met look.

Uien en sjalotten die goed gedroogd zijn kan je een jaar lang bewaren op een koele, droge en donkere plaats. Zaaiuien bewaren iets beter dan plantuien.

Zadenteelt

Wil je volgend jaar graag uien en sjalotten van volledig eigen kweek dan kan je zelf zaden telen. Bij uien is dat net iets moeilijker (en heb je meer geduld nodig) dan bij sjalotten.

Zaden van Ajuin telen

Haal de beste uien uit je oogst en eet ze niet op. In maart kan je deze uitplanten, op zo’n 30 centimeter van elkaar. Deze uien worden veel groter dan voorheen, dus je kan ze best ondersteunen. In de vroege zomer gaan ze bloeien in prachtige ronde bloemschermen. Later op de zomer worden de bloemstengels bruin en de zaadjes zwart. Snij de bloemschermen dan af en hang ze te drogen. Je kan de zaden gewoon in hun omhulsel bewaren. Voor het zaaien kan je deze dan fijn wrijven tussen je handen.

Zaden van Sjalot telen

Zaad van sjalot kan je natuurlijk ook telen net zoals bij uien. Maar bij sjalot is er een veel gemakkelijkere manier. Je kan namelijk de geoogste sjalotten rechtstreeks gebruiken als plantsjalot. Kies daarvoor een aantal gezonde sjalotten uit die geen enkel spoor van schade of aantasting vertonen. Je mag zeker de kleintjes kiezen om te planten.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *