Geplaatst op Geef een reactie

Zaaikalender December – Dit kan je Zaaien in December

December, ook wel de sneeuwmaand genoemd is dé wintermaand bij uitstek. De dagen worden korter, de nachten langer en de sint en de kerstman komen op bezoek. Toch kan je ook nu nog wat zaaien. Een volledig overzicht van wat je deze maand kan zaaien volgt hieronder. De zaden van De Tuindoos die je in de maand december kan zaaien vind je hier.

Verder lezen Zaaikalender December – Dit kan je Zaaien in December
Geplaatst op Geef een reactie

Een Moestuin in de Stad – 9 tips om de problemen van een stadsmoestuin te omzeilen

Een moestuin beginnen in de stad

Een moestuin aanleggen in een klein stadstuintje lijkt een moeilijke opdracht. Nochtans hoeft het dat helemaal niet te zijn. Belangrijk is vooral dat je de beperkingen van je tuin kent. Met een goede keuze van je groenten en kruiden kan je daar op inspelen. Zo kan je zelfs in de stad een groene oase creëren!

Probleem 1: Beperkte plaats

Probleem nummer één in de stad is de beperkte plaats. Natuurlijk heb je hier niet de weidsheid van het platteland. Kies daarom voor groenten die weinig plaats inpalmen, zoals radijsjes of snijsla. Je kan ook kiezen voor kleinere varianten van de klassieke groenten, zoals Pompoen Jack Be Little of Bloemkool Odysseus.

Om plaats te besparen kan je ook best voorzaaien. Dat kan in kleinere potjes. Later kies je dan de sterkste planten uit om te verplanten naar je moestuin. Houd er vooral ook rekening mee dat je planten zullen groeien. Koolplantjes zijn vrij klein in het tuincentrum, maar ze groeien, wel, als kool. Hou dus steeds in het achterhoofd hoe groot de planten uiteindelijk worden!

Meer info over geschikte groenten op een beperkte oppervlakte kan je lezen in het artikel ‘Een Moestuin in Potten en Bakken‘.

Probleem 2: Weinig Zonlicht in de Stadstuin

In de stad heb je meer bebouwing, deze blokkeert het zonlicht. Vooral in de ochtend of avond heb je daardoor veel schaduw. De meeste groenten en kruiden hebben echter minstens 6 uur zonlicht nodig per dag. Kies dus het meest zonnige plekje uit om je moestuin neer te zetten.

Je kan de natuur ook een handje helpen en de hoeveelheid licht verhogen. Dat kan door een spiegel of een witgeverfde plank bij je plantjes te zetten. Deze weerkaatsen het beschikbare licht. Een spiegel vergroot bovendien het gevoel van ruimte in je kleine tuin.

Werk je in potten of bakken zet deze dan wat hoger, dan krijgen ze nét dat beetje meer zonlicht.

Kies voor de juiste groenten. Een goede vuistregel is dat groentjes die veel blad maken (bladgroenten, kolen en kruiden) het minst zonlicht nodig hebben, wortels en knollen hebben iets meer zonlicht nodig. De groenten waar we de vruchten van oogsten (vruchtgewassen en peulvruchten) hebben het meeste zonlicht nodig. Ook leuk in een moestuin met weinig licht zijn bramen en andere bessenstruiken. Of waarom niet eens paddestoelen proberen? Die hebben helemaal geen licht nodig.

Eén voordeel: De Warmte van de Stad

De stad heeft natuurlijk niet alleen nadelen. Al het beton en asfalt heeft namelijk een grote thermische massa. Daardoor is het goed in het vasthouden van warmte. Die warmte wordt ‘s nachts en tijdens koude periodes langzaam afgegeven. Zo is het in een stad gemakkelijk 2-3° C warmer dan in de omgeving. Dit is natuurlijk niet altijd even prettig in de zomer, maar in de winter is de nachtvorst vroeger voorbij en blijft ze langer uit. Je kweekseizoen wordt met andere woorden iets langer. Je kan dus al iets vroeger zaaien of verplanten dan meestal wordt aangeraden.

Heb je voldoende zonlicht in je tuin dan kan je bovendien van deze warmte gebruik maken om iets meer ‘tropische’ gewassen te kweken, zoals tomaten, pepers, paprika of aubergines.

Handen uit de mouwen!

Heb je zin gekregen om een moestuin aan te leggen? Top! Lees dan zeker ook eens de volgende artikelen:

Ik heb bij De Tuindoos ook een aantal pakketten speciaal voor de stadsmoestuin of de kruidentuin. Bekijk ze eens, misschien vind je wel iets leuk!

Geplaatst op Geef een reactie

Een Moestuin in Potten en Bakken – 9 tips om groenten en kruiden te kweken op een beperkte oppervlakte

Een moestuin in potten en bakken

Heb je alleen een terras of balkon of is je stadstuintje helemaal volgeplaveid? Dan kan je toch je eigen moestuin beginnen met potten en bakken. Ook als je wel een grote tuin hebt maar klein wil beginnen zijn potten en bakken ideaal. Met deze tips kan je snel aan de slag om je eigen tuintje op kleine oppervlakte te beginnen.

Kies de juiste pot of bak

Voor de meeste groenten is de ideale pot of bak zo’n 20-30 cm diep met een inhoud van minstens 5 liter. Grotere groenten zoals pompoen of courgette vragen een diepere pot van minstens 10 liter. Heb je een vierkantemeterbak (of een ander soort bak) dan verdeel je die best in vakjes van 30 x 30 cm. Dat is de ideale grootte voor de meeste groenten.

Een grote terracotta pot kan heel mooi staan in je tuin, maar dit is ook heel zwaar materiaal. Met potgrond, plant en water zijn dit al snel enkele kilo’s. Wil je de pot af en toe verzetten dan kan je beter voor een plastic pot kiezen. Terracotta droogt ook sneller uit, je zal hier dus wat vaker water moeten geven. Je kan ook andere materialen herbruiken. Autobanden bijvoorbeeld bevatten zware metalen. Een oud wijnkistje of een versleten kastje kan dan weer wel. Verwijder dan alle verf (zeker aan de binnenkant) en was goed uit met heet water en soda. Zo zijn meteen ook alle ziektekiemen bestreden. Zorg ook voor goede drainage. Een aantal gaten boren in de bodem van de bak of pot is essentieel!

Plantzakken kunnen ook handig zijn. Die wegen namelijk heel weinig en je bergt ze gemakkelijk weer op. Nadeel is dan weer dat je ze niet altijd kunt verzetten.

Kies de juiste groenten

De meeste groenten kan je kweken in een bak of pot. Bladgroenten, kolen en kruiden doen het net zo goed in een pot als in de volle grond. Maar bij sommigen gaat dat toch iets moeilijker. Wortels of pastinaak hebben een hele diepe, losse grond nodig. Pompoenen nemen dan weer veel ruimte in en erwten en bonen hebben veel ondersteuning nodig. Kies daarom voor de juiste variëteiten van groenten.

  • Kies voor ronde wortels zoals Ronde Wortel Parijse Markt. Deze wortels groeien niet heel diep en hebben dus geen diepe bak nodig.
  • Gebruik een kleine pompoensoort zoals Pompoen Jack Be Little.
  • In plaats van de klassieke erwten en bonen kies je best voor struikbonen. Deze worden niet heel hoog maar hebben wel een gelijkaardige opbrengst.

Zorg voor een goede potgrond

Potgrond kan je gewoon in het tuincentrum of container- of milieupark kopen. Kies dan bij voorkeur voor potgrond zonder turf. Je kan ook heel gemakkelijk je eigen potgrond maken. Hier lees je wat meer over hoe je dat doet. De bodem is een complex ecosysteem waarbij wormen, schimmels en ander bodemleven dood materiaal verteren en omzetten naar bruikbare voedingsstoffen voor planten. In de 5 liter potgrond in je pot is dit bodemleven maar beperkt aanwezig. Je kan dit bodemleven een handje helpen door geregeld -ongeveer elke 2 maanden- een flinke portie compost toe te voegen. Een goede compost bevat natuurlijk ook veel voedingsstoffen die je groenten nodig hebben.

Geef voldoende water

Een goede, luchtige bodem zorgt tegelijkertijd voor een goede drainage van het water en houdt water vast. De grond in je pot of bak kan dit maar beperkt. Zorg daarom zelf voor een goede drainage en geef wat vaker water. Zoals je eerder kon lezen is het belangrijk voor de drainage dat je één of meerdere gaten beneden je pot hebt. Zo kan overtollig water wegvloeien en voorkom je een zompige bodem. Je kan de drainage van je pot verbeteren door een aantal potscherven of kleikorrels aan de bodem van de pot toe te voegen. Zo raken de gaten minder snel verstopt en kan het water gewoon weglopen.

Een handige truc om water te geven is elke paar dagen (afhankelijk van het weer) je potten in een schaaltje met water te zetten tot de grond verzadigd is met water. Haal vervolgens de pot ook weer uit het schaaltje of giet het overtollig water weg. Door je plant ‘langs onder’ water te geven gaat hij een beter wortelstelsel krijgen en geef je nooit te veel water.

Geplaatst op Geef een reactie

Deze 14 groenten zijn het beste voor de beginnende moestuinier – (en 3 die je best nog niet zet)

De 14 beste groenten voor beginnende moestuiniers

Sommige groenten zijn heel moeilijk te kweken. Ze vragen veel tijd en aandacht en als je ze één keer vergeet water te geven begeven ze het. Dat kan heel frusterend zijn als beginner. Daarom heb ik hier een lijstje gemaakt met 14 groenten en kruiden die iedereen kan kweken! Een lekkere oogst gegarandeerd!

Radijsjes

Radijzen groeien heel snel en hebben daardoor weinig aandacht nodig. De snelste radijsjes zijn zelfs na 18 dagen al oogstklaar! Je hebt ze dus opgegeten nog voor vliegjes of wormpjes er mee kunnen gaan lopen. Ideaal dus voor een beginner!

Paksoi

Een andere snelle groente zoals radijs is paksoi. Voor sommigen misschien een nobele onbekende, maar in de Aziatische keuken wordt hij vaak gebruikt bij noodlesoep of in wokgerechten. Paksoï is al na zes weken oogstklaar en heeft dus ook weinig kans om ziekten te ontwikkelen.

Kiemgroenten

Iedereen kan kiemgroenten kweken. De kans is immers groot dat je als kind tuinkers op watten hebt geteeld. Probeer naast tuinkers misschien eens fenegriek of een koolsoort (bv. broccoli).

4 groenten voor beginners, radijsjes, paksoi, tuinkers en salie
4 groenten voor beginners, radijsjes, paksoi, tuinkers en salie

Vaste Kruiden

Het grote voordeel van vaste of doorlevende kruiden zoals oregano, salie of citroenmelisse is dat eenmaal ze er staan, ze meestal ook blijven staan. Geef ze elk jaar een flinke hoeveelheid compost en ze gaan nog vele jaren mee. Wil je het voor jezelf nog makkelijker maken? Koop de kruiden gewoon als plantje en zaai ze zelf niet uit.

Onze volledige kweekgids Salie kan je trouwens hier vinden!

Groenten voor beginnende moestuiniers; courgette, pompoen, basilicum en warmoes
Groenten voor beginnende moestuiniers; courgette, pompoen, basilicum en warmoes

Courgette

Courgettes zijn één van de meest dankbare groenten in de moestuin. Ze vragen enkel voldoende compost en af en toe wat water en kunnen dan wel kilo’s courgette opleveren! Zet er niet te veel want je zal geen blijf weten met alle courgettes.

Pompoen

Familie van de courgette en dat is er aan te merken! Pompoenen zijn net zo makkelijk en productief als courgettes en je hebt ze in alle maten en gewichten. Zowel flespompoenen als de klassieke pompoen zijn makkelijk en lekker.

Basilicum

Basilicum kennen we allemaal als het lekkere Italiaanse kruid dat gebruikt wordt in pesto. Het is ook heel makkelijk te kweken en heeft enkel voldoende zonlicht nodig. Wist je bovendien dat er veel verschillende soorten basilicum bestaan? Probeer bijvoorbeeld eens paarse basilicum of kaneelbasilicum.

Warmoes

Warmoes of snijbiet is een echte vergeten groente, maar ook zeer geschikt voor beginners! Warmoes is een stevige groente waar je meermaals van kan oogsten. Ze geven dus veel oogst voor weinig moeite. Je kan de jonge blaadjes stoven zoals spinazie of de dikkere stengels wokken of in een ovenschotel verwerken.

Boomspinazie en Tuinmelde

Boomspinazie en Tuinmelde zijn 2 groenten van dezelfde familie. Het zijn imposante planten die wel 2 meter groot kunnen worden. De bladeren kunnen gegeten worden zoals spinazie. Let wel op want deze planten groeien zó goed dat als ze in het zaad komen je hele tuin volgend jaar vol boomspinazie en tuinmelde staat!


Deze zet je nog beter niet:

Natuurlijk wil je graag ook al wat andere groenten kweken. Misschien ben je wel gek van wortels (en met goede reden, wortels uit eigen tuin zijn het beste). Toch kan je beter met deze groenten even wachten tot je wat meer ervaring hebt. In tussentijd kan je misschien één van onderstaande alternatieven gebruiken.

Tomaten, zet liever tomatillo’s

Tomaten zijn de prima donna’s van de moestuin. Niets is lekkerder dan een verse, zelfgekweekte tomaat. Maar je moet er jammer genoeg ook heel wat tijd en moeite in steken. Probeer daarom misschien eens tomatillo’s. Deze groente is familie van de tomaat, maar heel wat makkelijker om te telen. Niet helemaal hetzelfde als een tomaat, maar wel lekker in een chutney of salsa verde!

Wortelen, tenzij Ronde Wortel Parijse Markt

Om mooie, lange wortelen te krijgen moet je een arme bodem hebben die goed is losgemaakt. Een zandbodem is ideaal. Niet iedereen heeft van nature zo’n bodem en dan kan je best even wachten met wortelen te groeien tot je je bodem goed begrijpt. Ondertussen kan je misschien wel Ronde Wortel Parijse Markt kweken. Deze ronde worteltjes groeien niet diep en hoeven dus ook niet de perfecte bodem te hebben. Ze kunnen bovendien ook in potten of bakken gekweekt worden! Ideaal om een eerste keer te proberen.

Prei, kies voor stengelui

Een mooie prei uit eigen tuin is niet simpel. Je moet de prei voorzaaien, verspenen en ophopen. En dan moet je nog hopen dat de preimot ze niet verslindt. Als alternatief kan je daarom misschien eens Stengelui proberen. Deze groente houdt het midden tussen prei en bieslook. Het groene loof kan je zoals bieslook eten, maar je kan deze groente ook ophopen om zo een dikkere witte stengel te krijgen. Zo kan je al eens oefenen voor de prei!

Geplaatst op Geef een reactie

Zaaikalender November – Dit kan je zaaien in November

In november ligt het werk in de moestuin stil. Als je dat echt nog wil kunnen er in de maand november wel nog een aantal dingen gezaaid worden. Een volledig overzicht van wat je deze maand kan zaaien volgt hieronder. De zaden van De Tuindoos die je in de maand november kan zaaien vind je hier.

Verder lezen Zaaikalender November – Dit kan je zaaien in November
Geplaatst op Geef een reactie

Maak Je Eigen Potgrond

Potgrond is essentieel voor de gezonde groei van je planten. Goede potgrond bevat voedingsstoffen, houdt water vast en is luchtig. Het eenvoudigst is het om dit gewoon in het tuincentrum of containerpark te kopen, maar dat is duur en niet zo milieuvriendelijk. Gelukkig is het helemaal niet moeilijk om zelf je potgrond te maken. Je kan bovendien oude potgrond opnieuw gebruiken.

Potgrond uit de Winkel

Koop je je potgrond in de winkel dan is de kans groot dat dit turf bevat. Turf is gedroogd veen en zit in potgrond omdat het heel goed water vast houdt. Turf wordt gewonnen uit eeuwenoude veengebieden. Het is dus geen hernieuwbare grondstof. Bovendien zijn veengebieden goed in het opslaan van CO2. Het verdwijnen van veengebieden kan dus bijdragen aan de opwarming van de aarde!

Gelukkig zijn er een aantal milieuvriendelijke alternatieven voor turf. Een vaak gebruikte vervanger van turf is kokosturf of cocopeat. Kokosturf wordt gemaakt uit vezels van kokosnoten en is een afvalproduct van de kokosnotenkweek. Ook houtvezel of compost kan water vasthouden. Kijk dus steeds op de zak of de grond turf of veen bevat.

Zelf Potgrond Maken

Goedkoper (en ook leuker!) dan potgrond in de winkel te kopen is om er zelf te maken. Zo weet je bovendien precies wat er in zit. Het basisrecept is heel eenvoudig: 2 delen tuinaarde en 1 deel compost. Je kan natuurlijk eigen compost gebruiken, maar compost van het tuincenter of container- of milieupark werkt ook goed. Afhankelijk van de gebruikte aarde kan je er nog een beperkte hoeveelheid van één van de volgende stoffen aan toevoegen:

  • Grof zand of rijnzand. Dit is vooral belangrijk wanneer de gebruikte aarde lemig of kleiïg is.
  • Kokosturf. Ook dit is belangrijk bij een lemige of kleiïge grond. Het zorgt voor een beter drainaige.
  • Vermiculiet of perliet. Deze zorgen ook voor een betere drainage van het water en maakt bovendien je potgrond lichter. 
  • Bentoniet of klei. Dit kan je in heel beperkte mate toevoegen als je aarde te zanderig is.
  • Meststoffen. Gedroogde koe- of andere mest kan je in heel beperkte mate toevoegen maar is niet nodig als je met goede compost werkt.

Zaai- en Stekgrond Maken

Om voor te zaaien en te stekken kan je gewone potgrond gebruiken, maar beter is een aangepaste zaai- en stekgrond. Dit is een ‘armere’ grond die minder voedingsstoffen bevat. De net gekiemde plantjes gaan daarom een dieper en meer vertakt wortelstelsel maken, waardoor ze veel sterker worden als je ze later verplant. Voor zaai en stekgrond gebruik je de volgende samenstelling:

  • 3 delen tuinaarde
  • 3 delen rijnzand
  • 2 delen kokosturf
  • 1 deel compost

Gebruikte Potgrond Hernieuwen

Je kan niet elk jaar opnieuw dezelfde grond hergebruiken. Je groenten hebben namelijk alle benodigde mineralen en voedingsstoffen uit de grond gehaald. Om de grond te kunnen hergebruiken voeg je gewoon weer wat compost toe. Een verhouding van 5 delen oude potgrond en 1 deel compost is ideaal.

Geplaatst op Geef een reactie

Romeinse Sla – De Volledige Kweekgids

Romeinse Sla De Volledige Kweekgids

Romeinse Sla of Bindsla ( Lactuca sativa var. longifolia) is een variant op de klassieke kropsla. Maar in plaats van een dichte krop vormt Romeinse Sla eerder een losse krop met langwerpige blaadjes. Romeinse Sla is één van de oudste groenten die de mens teelt. De oude Egyptenaren kweekten hem 4000 jaar geleden al en de Romeinen brachten hem vervolgens ook naar onze contreien. Vandaar de naam Romeinse Sla. De andere benaming Bindsla komt van het gebruik om 10 dagen voor het oogsten de bladeren met een touwtje bijeen te binden. Zo krijg je meer gele bladeren. Bindsla is een relatief eenvoudige groente om te kweken en is lekker zowel rauw als gestoofd.

Lees verder
Geplaatst op Geef een reactie

Salie – De Volledige Kweekgids

Salie De Volledige Kweekgids

Salie wordt wel eens de ‘koningin’ van de geneeskrachtige planten genoemd. De wetenschappelijke naam van het geslacht of Genus van de salieplanten is zelfs Salvia, wat komt van het Latijnse salvare, wat genezen betekent. Heel lang werd salie eerder als geneesmiddel gebruikt dan als keukenkruid. De Romeinen namen dit Mediterraans plantje dan ook mee naar onze contreien. Zo wapenden ze zich tegen de vele ziekten die ze konden oplopen in tijden wanneer hygiëne nog niet zo belangrijk was.

Ondertussen is salie een echt keukenkruid geworden en valt het niet meer weg te denken. De smaak past perfect bij vleesgerechten en vis. En omdat het een doorlevende plant is kan je met één keer zaaien nog járen je eigen salie oogsten.

Lees verder
Geplaatst op Geef een reactie

Een Moestuinplan Opstellen – In 3 stappen naar een gezonde en vruchtbare moestuin

Moestuinplan en Vruchtwisseling

Of je nu een doorgewinterde moestuinexpert of een absoluut groentje bent, een teelt- of moestuinplan is onontbeerlijk om optimaal van je moestuin te genieten. Met je moestuinplan in de hand zorg je er voor dat je bodem gezond blijft en dat je een zo groot mogelijke oogst hebt. Ook wanneer je enkel in potten of bakken kweekt is een moestuinplan een absolute must. Je wil namelijk die beperkte plaats zo veel mogelijk laten renderen. Het teeltplan is net als je tuin een levend iets. Het staat niet zomaar vast, maar wordt steeds weer aangepast en zal samen met je tuin jaar na jaar moeten groeien.

Wat is een moestuinplan?

In je moestuinplan geef je aan wat je gaat zaaien, wanneer je gaat zaaien, en waar je gaat zaaien.

  • Wat je gaat zaaien kies je natuurlijk zelf. Een grote fan van pompoenen maar niet zo van boontjes? Of wil je die ene speciale wortel eens proberen? Kan allemaal. Houd wel rekening met de hoeveelheid plaats die je hebt.
  • Wanneer je zaait, dat kan je een beetje zelf kiezen, maar natuurlijk moet je luisteren naar de wetten van de natuur. Neem dus een goede zaaikalender bij de hand. Als gevorderde moestuinier kan je ook eens experimenteren met voor- en nateelten.
  • Waar je gaat zaaien is ook ontzettend belangrijk en wordt vaak over het hoofd gezien. Voor een gezonde, ecologische moestuin moet je namelijk rekening houden met vruchtwisseling en wisselteelt.

Het eerste waar ik steeds mee rekening houd is het waar. Ik verdeel mijn moestuin in 7 percelen die allemaal ongeveer even groot zijn. Waarom? Dat lees je hieronder.

Stap 1: Maak een plannetje van je moestuin en verdeel deze in 7 percelen

De 7 Percelen & Wisselteelt

Eén van de belangrijkste dingen om te bepalen waar je bepaalde groenten gaat zaaien, is de zogenaamde vruchtwisseling of wisselteelt. Wisselteelt betekent dat je op een bepaald stukje grond ieder jaar iets anders zaait. Op die manier duurt het even vooraleer een gewas terug op hetzelfde stukje grond terechtkomt. Dit wordt voornamelijk gedaan om ziektes te voorkomen en de bodem niet uit te putten. Bijvoorbeeld:

  • Zaai je meerdere jaren na elkaar kolen op hetzelfde stukje grond dat kan dat knolvoet opleveren. Eens je knolvoet in een perceel hebt kan je er acht jaar geen kolen meer zetten. Door kolen maar om de 6 jaar op hetzelfde stukje grond te zetten kan de knolvoet nooit zo sterk worden dat het je hele tuin overneemt.
  • Wortelgewassen vreten kalium. Als je dus jaar na jaar op hetzelfde stukje grond wortels kweekt zal de kalium in de bodem uitgeput raken. Door je aan wisselteelt te houden kan de bodem zich herstellen en heeft hij weer voldoende kalium voor de volgende keer dat we hier worteltjes zaaien.

Als je wisselteelt wil toepassen heb je minstens 6 en liefst 7 percelen nodig in je moestuin. Op elk perceel zetten we de groenten samen die van dezelfde hoeveelheid mest houden of dezelfde ziektes kunnen krijgen. Hoe groot een perceel is, dat bepaal je natuurlijk helemaal zelf, maar gemakshalve neem je elk perceel even groot. Op deze zeven percelen komen de volgende groenten:

  • Perceel 1: De peulvruchten: Dit zijn groenten zoals erwten, peultjes en boontjes. Zij brengen stikstof in de bodem.
  • Perceel 2: De kolen: De bloemkolen, rode en witte kolen behoren bij deze groep. Kolen zijn slokoppen en willen graag een rijke grond met veel stikstof. Technisch gezien zijn radijzen en ramenassen ook kolen, maar ze verdragen bemesting niet zo goed en daarom worden ze ook wel eens bij de wortels & knollen gezet.
  • Perceel 3: De bladgroenten: Op dit perceel komen groenten zoals spinazie, sla en prei. Ook eenjarige kruiden zoals basilicum of koriander kunnen hier hun plek vinden.
  • Perceel 4: De vruchtgewassen: Hier zet je groenten zoals pompoenen, courgettes, komkommers. en maïs. Ook tomaten, pepers, paprika’s, aubergines,… horen hier thuis, maar die zet je vaker in de kas en dus niet op een eigen perceeltje. Deze groep heeft graag een extra handje mest.
  • Perceel 5: Wortels & Knollen: Bijna alles waarvan je het ondergrondse eet mag hier gezet worden. Wortelen, pastinaak, bietjes, look, uien, schorseneren en ook venkels horen hier thuis.  Deze groep verdraagt niet veel mest, maar wat extra kalium hebben ze graag.
  • Perceel 6: Aardappelen: Dit spreekt voor zich.
  • Perceel 7: Vaste planten: De meerjarige planten die enkele jaren kunnen groeien horen hier thuis. Denk dan aan asperges, rabarber, artisjokken en vaste kruiden.

Jaarlijks veranderen we de percelen van plaats. Zo kan je wisselen tussen vruchtgewassen, bladgroenten, kolen, peulvruchten, aardappelen en wortels en knollen. Het zevende perceel is voor vaste planten zoals rabarber of asperge, waar je natuurlijk niet kan wisselen. Dit systeem is ideaal om ziektes te voorkomen, want je grond heeft na de kweek van kolen, erwten of uien ongeveer zes jaar nodig om terug op adem te komen.

schema wisselteelt
Schema Wisselteelt met de 7 percelen

Om het allemaal wat duidelijker te maken neem ik je even mee door het moestuinplan dat je hierboven ziet. We nemen perceel 1 en kijken wat er daar jaar na jaar gebeurt.

Jaar 1: Peulvruchten

Peulvruchten of ‘vlinderbloemigen’  leven in wisselwerking met kleine bacteriën op hun wortels. Die bacteriën hebben de opmerkelijke eigenschap dat ze stikstof vastzetten in de grond. Stikstof is een zeer belangrijk element voor de groei van de plant, en dan vooral de bladeren. Planten die veel bladeren maken (zoals kolen en bladgroenten) volgen dus graag de peulvruchten op in het moestuinplan.

Jaar 2: Kolen

Stikstof is de belangrijkste meststof voor kolen.  Het is dus logisch dat we de peulvruchten opvolgen met kolen in het tweede jaar. Voeg zeker nog een handje compost toe of wat ecologische meststof. Met de stikstof van de peulvruchten alleen ga je het niet trekken. Een andere reden om de kolen na de peulvruchten te zetten is omdat zij een goede bodemstructuur achterlaten. Peulvruchten, en dan vooral de erwt, zorgen voor een slechte bodemstructuur. Dat los je op door de peulvruchten te laten volgen door de kolen.

Jaar 3: Bladgroenten & Kruiden

De bladgroenten volgen de kolen op in ons moestuinplan. Ook zij hebben graag stikstof, dus wat extra compost of ecologische meststof wordt ook hier geapprecieerd.

Jaar 4: Vruchtgewassen

In het vierde jaar is het tijd voor de vruchtgewassen. Hieronder vallen onder andere tomaten en aubergines, en deze moeten minstens vier jaar na aardappelen gezaaid worden. Zo voorkom je dat de aardappelziekte overslaat op jouw tomaten en aubergines. Daarom zetten we deze groep zo ver mogelijk van de aardappelen in ons moestuinplan. 

Jaar 5: Wortels & Knollen

Nu is het de beurt aan de minst koolstofeisende planten, de wortels en knollen. Worteltjes, rode bieten en sjalotten zijn heel lekker en iedereen zou ze in zijn tuin moeten hebben, maar het zijn niet bepaald de beste gasten in je moestuin. Ze hebben een ongunstig effect op je bodemstructuur en onkruid kan er welig tussen tieren. Daarom kan je ze best opvolgen met…

Jaar 6: Aardappelen

De aardappelen die je in jaar zes plant wroeten diep, zo zorgen ze ervoor dat de bodem goed luchtig wordt. De brede bladeren zorgen er bovendien voor dat onkruid niet de kans krijgt om te groeien en dat de regen de bodem niet dichtslaat. Zo zorgen ze voor een goede bodemstructuur waardoor je in jaar zeven terug met peulvruchten aan de slag kan. En zo blijft deze cyclus zich herhalen.

Veelgestelde vraagjes:

Ik heb een balkontuin met potten, moet ik me dan ook aan vruchtwisseling houden?
Heb je enkel potten en bakken in je moestuin dan hoef je je niet per se aan de vruchtwisseling te houden. Je moet dan wel elk jaar in het voorjaar de grond in je potten en bakken vernieuwen. Daarom hoef je nog niet liters nieuwe potgrond te kopen. Haal gewoon de grond uit al je potten en bakken en gooi het op een hoop. Voeg ongeveer één derde aan compost toe en meng goed. Nu heb je grond die niet te onderscheiden valt van potgrond!

Hoe groot moet een perceel zijn?
Hoe groot de percelen zijn hangt volledig van jou af. Heb je een kleine tuintje dan zullen je percelen natuurlijk kleiner zijn dan bij een grote moestuin. Wel is het gemakkelijk dat al je percelen ongeveer even groot zijn. Zo zijn de wijzigingen jaar na jaar niet te groot.
Ik raad je wel aan om klein te beginnen. Is dit het eerste jaar dat je moestuiniert, maak dan elk perceel 1 m² groot. Dat is nog net behapbaar en kan bijvoorbeeld met de klassieke vierkantemeterbakken. Je kan dan later nog uitbreiden.
Maak je percelen ook niet breder dan 120 centimeter en voorzie een pad langs beide kanten van het perceeltje. Zo kan je vlot aan al je planten.

Kan ik ook meer of minder percelen opnemen in mijn moestuinplan?
Het perceel met de vaste groenten en kruiden kan je natuurlijk weglaten als je geen doorlevende planten hebt. Maar 6 is dan toch echt het minimum. Zeker de kolen, de uien en de erwten mogen maar elke 6 jaar op hetzelfde perceeltje, zij zijn heel gevoelig aan vruchtwisselingsziekten.
Je kan wel extra percelen opnemen in je tuin. Eet je heel veel ajuin of sjalot? Zorg dan voor een perceeltje met enkel ui en sjalot en een perceeltje met groenbemester en plaats die tussen je kolen en bladgroenten in het vruchtwisselingsschema.

Ik hou niet van aardappelen, peultjes,… Moeten die echt in mijn moestuin?
Natuurlijk hoef je niets te zetten dat je toch niet gaat eten, dat zou zonde zijn. Je mag echter niet de fout maken om dan maar een perceeltje minder te nemen of helemaal niets te zetten. Zoals gezegd zijn 6 percelen het absolute minimum. Een stukje grond dat braak ligt is echter ook niet goed. Onkruid tiert er welig en de regen ‘slaat de bodem dicht’. Zaai daarom een groenbemester zoals rogge of klaver. Die beschermt je bodem zolang hij braak ligt en verrijkt later de humuslaag van de bodem. Ook leuk om te zaaien is een veldbloemenmix. De nuttige insecten zullen je dankbaar zijn!

Ik kweek graag aardbeien. Waar zet ik die?
Aardbeien zijn vaste planten en kan je dan ook op het perceel van de vaste planten zetten. Ze zijn echter vaak na 2 jaar uitgeput en dan is het tijd voor nieuwe plantjes. Echt heel ‘vast’zijn ze dus niet Je kan dus beter 2 percelen ( omdat aardbeien 2 jaar staan) beschikbaar maken voor aardbeien. Aardappelen en aardbeien gaan niet goed samen. Zet deze 2 percelen dus tussen wortels en knollen en peulvruchten in je vruchtwisselingsschema.

Stap 2: Kies de groenten die je gaat zaaien en noteer deze op je moestuinplan

Wat Te Zaaien?

Wat je gaat zaaien kies je natuurlijk helemaal zelf. Maar je moet toch aan een aantal dingen denken.

Ben je een beginnend moestuinier, kies dan voor gemakkelijke groentjes. De volgende groenten en kruiden doen het goed in elke moestuin:

Heb je maar een kleine moestuin, ga dan voor kleinere groenten of kleine rassen. Groenten zoals pompoen en courgette hebben al snel 1 m² nodig. Je kan de plaats die ze innemen wel beperken door ze de hoogte in te leiden. Je kan ook een kleiner ras nemen, zoals de Jack Be Little pompoen. Heb je geen serre, waag je dan ook niet aan groenten die warm moeten staan zoals tomaten of aubergines. Je kan tomaten natuurlijk wel in open lucht kweken, maar dat is toch niet altijd zo simpel.

Hou ook altijd rekening met de oppervlakte die je ter beschikking hebt op elk perceel. Je kan de benodigde oppervlakte voor een bepaalde groente steeds terugvinden op de infofiches van zaden van De Tuindoos.

Zelf vind ik het handig om de groenten die ik kweek ook op te schrijven op mijn moestuinplan en de benodigde oppervlakte te markeren op het plannetje. Zo weet ik meteen hoeveel ruimte ik nog vrij heb.

Stap 3: Stel het tijdschema op van je moestuinplan

De Zaaikalender

Nu we het waar en het wat hebben gehad is het nu tijd voor het wanneer. Dat kan je terugvinden op een zaaikalender. Een zaaikalender geeft richtlijnen van wat je wanneer kan zaaien. Deze richtlijnen zijn niet in steen gebeiteld. Sommige rassen kunnen net wat beter tegen de koude, andere kunnen dan weer beter met een droge zomer overweg. Raadpleeg daarom ook altijd de infofiches die je bij de zaden van De Tuindoos vindt.

Ik heb voor jullie een zaaikalender gemaakt die je hieronder kan downloaden:

Je kan nu beslissen welke groenten je wanneer gaat zaaien. Probeer ook een schatting te maken van wanneer je ze gaat verplanten en wanneer je ze kan oogsten. Als beginner is dat niet altijd makkelijk en bovendien is dit afhankelijk van het weer. De infofiches bij de zaden van De Tuindoos kunnen je daar wel bij helpen. Deze momenten schrijf je nu bij op je moestuinplan.

Voor- en nateelt

De groenten staan enkel op je percelen van verplanten tot oogsten. Dit noemen we de ‘hoofdteelt‘. Er is gedurende het jaar nog tijd voor een ‘voorteelt‘ of een ‘nateelt’. Dat zijn groenten die je voor of na je hoofdteelt zet. Zo kan je na erwten, vroege bloemkool of vroege wortel nog een nateelt doen van veldsla spinazie of winterpostelein. Een groenbemester als phaccelia of rogge kan ook als nateelt. Deze groenten groeien nog snel genoeg of kunnen goed tegen de koude om tijdig geoogst te worden. Bij pompoenen, courgettes, rodekool of bonen kan je ook een voorteelt doen. Radijsjes, rode biet, warmoes of snijsla zijn ideaal als voorteelt.

Kijk eens op je moestuinplan. Zijn er perceeltjes waar de groenten in mei of juni al geoogst zijn? Hier is een nateelt mogelijk. Kijk op de zaaikalender welke groenten je dan nog kan zaaien. Zijn er perceeltjes waar de groenten pas in mei gezaaid worden? Hier kan je een voorteelt proberen.

Voor- en nateelten zijn technieken voor de iets gevorderde moestuinier. Experimenteer met verschillende voor- en nateelten en schrijf je bevindingen op in je moestuinplan. Haal deze notities volgend jaar weer boven wanneer je aan je nieuwe moestuinplan begint!

Geplaatst op Geef een reactie

Snijsla – De Volledige Kweekgids

Snijsla De Volledige Kweekgids

Snijsla (Lactuca sativa), pluksla of steeksla is een teelt van sla waarbij je geen kroppen krijgt. De planten produceren namelijk allemaal kleine, losse blaadjes. Deze teelt is al eeuwenoud. In 1586 werd het voor het eerst beschreven door een Duits wetenschapper, maar de Romeinen, Grieken en zelfs de oude Egyptenaren kweekten al sla. Zij dichtten het zelfs geneeskundige krachten toe! Geneeskrachtig of niet, sla is in ieder geval gezond en snijsla is veel gemakkelijk te telen dan kropsla. Tijd om er zelf mee aan de slag te gaan!

Lees verder
Geplaatst op Geef een reactie

Veldsla – De Volledige Kweekgids

Veldsla De Volledige Kweekgids

Veldsla (Valerianella locusta) is misschien maar een klein plantje, maar is zeer belangrijk. Dit inheemse plantje is namelijk winterhard en kan zonder veel problemen de winter overleven. Het zit bovendien vol vitamine C en ijzer. Veldsla komt in heel Europa in de natuur voor en wordt al eeuwen in het wild geplukt. Vanaf het einde van de 18e eeuw zijn ook boeren het beginnen verbouwen. Sindsdien is het een veelgegeten wintergroente.

Lees verder